Op vrijdag 9 december 2011 hield ik een lezing tijdens het symposium “Ongeloof in gesprek”. Dit symposium werd georganiseerd ter gelegenheid van de verschijning van de Nederlandse vertaling van Barths bekende 17e paragraaf uit zijn Kirchliche Dogmatik over de Aufhebung der Religion. Hieronder de tekst van mijn inleiding. Alle teksten zullen te zijner tijd verschijnen op http://www.karlbarth.nl.
----
I.
Met de komst van de Islam in onze samenleving is opnieuw het probleem van het geweld actueel; iets preciezer gezegd: het probleem van de samenhang tussen geloof en geweld. Ik spreek liever over de samenhang tussen religie en geweld. In islamitische geweldsuitingen wordt dat geweld door de daders direct verbonden met het geloof. Zonder enige gêne wordt de naam van Allah aangeroepen als er ergens een bom ontploft.
Dat waren we in de christelijke traditie zo niet meer gewend en zeker niet in Europa. Na de 1e wereldoorlog hebben we het wel afgeleerd om al te openlijk de naam van God te verbinden met het geweld. Nadruk valt nu op Jezus en met name op zijn zachtheid. We hebben het liever over hem als de man die in het zachte gras de mensen liefhad en genas. Geweld hoort daar niet bij. Het hoort niet bij het geloof. Het is een marginaal verschijnsel geworden, waar we als zodanig nog maar weinig over nadenken.
Door de Islam is dat grondig veranderd. Er wordt evenwel…
[9 december 2011] »» meer...
Het was de afgelopen weken weer raak. Naar aanleiding van het gehannes door het CDA met Mauro kwam ook het Christen zijn weer onder vuur te liggen. Cynisch werd gevraagd wat het eventuele uitwijzen van hem te maken had met barmhartigheid. Ik voel mij er ongemakkelijk bij. Als Christen word ik ook aangesproken terwijl ik het politieke standpunt van het CDA niet deel. Het bevestigt mij nogmaals in mijn overtuiging dat christelijke partijvorming niet deugt en zelfs schadelijk is voor de kerk en het geloof. Ik weet dat het CDA zichzelf geen christelijke partij noemt, maar een partij van Christenen. Een onderscheid dat in deze weinig winst biedt.
In 1946 schreef Karl Barth in zijn brochure “Christengemeinde, Bürgergemeinde”, dat christelijke partijen keer op keer de gemeente en haar boodschap zal compromitteren. De zaak Mauro demonstreert nogmaals zijn gelijk. In de politiek kan een Christen alleen anoniem op treden. Die anonimiteit is er overigens niet uit angst voor de confrontatie met andersdenkenden. Er is bij Barth geen sprake van dat hij om tactische redenen zich niet als christen in de politiek bekend wil maken. Het gaat hem ook niet om het houden van schone handen in de politieke arena, die gekenmerkt wordt door compromissen, belangenstrijden, partijbelangen enz.. De Christen is geroepen daar midden in te gaan staan. Hij pleit voor anonimiteit op grond van het verstaan van de Schrift. In de politiek gaat het niet om het bepleiten van een…
[12 november 2011] »» meer...
In de epiloog van zijn boek “Sta op en wandel”, stelt Wouter Klouwen zich een vraag, die de moeite waard is. Had het in zijn boek ook niet uitdrukkelijk om Israël moeten gaan? (173) Niet dat Israël in zijn boek niet voorgekomen is. Klouwen weet dat als er over God gesproken wordt in NT en in de gemeente het altijd over de God van Israël gaat. Dat klinkt ook in zijn boek door. De vraag die hij tot slot stelt, gaat dieper. Had Israël niet structuur bepalend moeten zijn? Om het met de woorden van Klouwen zelf te zeggen: “Hoe hebben we dan consequent over de gemeente kunnen spreken als over de gemeente van Christus zonder ons er ook maar rekenschap van te geven dat de God van Israël toch vooreerst (!) zijn volk, zijn eersteling Israël te midden van de volkeren uitverkoren heeft”(174). In die zin gaat het om het woordje ‘vooreerst’. Wie dat laat gelden, laat de structuur van zijn theologische denken door Gods verkiezing van Israël bepalen. Dat heeft nog al gevolgen. Dat heeft de theologiegeschiedenis in met name Nederland na WOII wel bewezen. Spreken over Christus zonder deze verkiezing van Israël, leidt op den duur tot heidendom. Dan hebben we het niet meer over JHWH, maar over goden die dan ongemerkt op zijn/haar plaats zijn gaan zitten. Op dit punt luistert het nauw. Daarom is de vraag die Klouwen zich zelf stelt, ook interessant. Waarom stelt hij zichzelf deze vraag eigenlijk? Voelt hij nattigheid? Weet hij wel dat hij op dit punt scherper…
[29 oktober 2011] »» meer...
Het komt niet vaak voor, maar nu overkwam het mij bij het lezen van het boek van Wouter Klouwen ‘Sta op en wandel’. Het was een feest van herkenning. Been van mijn gebeente, vlees van mijn vlees. Een boek als dit bedoelde ik toen ik jaren geleden de kerk opriep terug te keren naar haar ‘core business’. Klouwen maakt in zijn boek op bijna elke pagina helder hoe vreemd het bijbelse getuigenis is in onze wereld en tegelijkertijd hoe bevrijdend het is. Dit dient verkondigd te worden! Het boek van Klouwen geeft daaraan een krachtige en heilzame stimulans.
Het boek zet in waar de meeste ‘modernen’ afhaken: de onmogelijkheid van het bijbelse geloof. Wie gelooft er nu nog in wonderen? Wie gelooft er nu nog in een God die ingrijpt? Klouwen geeft aan deze onmogelijkheid het volle pond. Zij wordt niet weggemoffeld in een altijd weer vroeg of laat lekkende verpakking. Op vrijwel elke pagina van zijn boek komt deze onmogelijkheid terug. Het is de door redelijk denkende mensen verworpen steen waarop zijn betoog gebouwd wordt.
De bijbel is het getuigenis aangaande een God, die niet behoort tot de menselijke mogelijkheden. Het geloof is geen menselijke mogelijkheid. Jezus is en blijft vreemd voor ons. Opstanding is onmogelijk. Zodra dit vreemde verdwijnt, moet dat voor ons een signaal zijn. Dan hebben we het niet meer over het bijbelse geloof, maar over een menselijke mogelijkheid. Dan zijn wij met ons denkvermogen, ons gevoel of wat dan ook…
[8 oktober 2011] »» meer...
De theologie van Barth, toppunt van Constantinisme?,1976, in: Verwekkingen, bundel voor Frans Breukelman. UvA, Amsterdam.
Van illusie naar zakelijkheid, een onderzoek naar Barths denken over het gebruik van geweld in de etiese partijen van zijn eerste en tweede Romerbrief, Doctoraal scriptie, 1977.
De agressie theorie van Konrad Lorenz, doctoraal scriptie, 1977.
Een serie artikelen over de kernwapenen, 1979/1980 in: diverse kerk‑ en andere bladen.…
[4 januari 2006 - 14:49] »» meer...