Filippenzen 2:6-11
“En als mens verschenen, heeft Hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood
- de dood van het kruis”. (Filippenzen 2).
Met deze woorden wordt de weg getypeerd die Jezus gaat. Die weg volgen wij in deze dagen, in deze weken voor de Pasen. Wie deze weg volgt, kan zich niet anders dan verbazen. Voor ons is dat wat Jezus doet onbegrijpelijk. De weg van vernedering is een weg van lijden. Wat misschien nog wel het meest onbegrijpelijk is: Hij gaat die weg vrijwillig, zonder dwang. Het overkomt Hem niet, nee Hij zoekt bewust en vrijwillig het lijden op.
Onbegrijpelijk is dat voor ons. Het druist in tegen ons gevoel. Wij doen er juist van alles aan om het lijden te ontlopen. Als er één ding is, dat we niet willen, dan is dat wel lijden. We zijn er bang voor. Het boezemt ons angst in, waardoor we dan opnieuw kunnen lijden. De mens lijdt het meest van het lijden dat hij vreest. En als het komt opdagen, zijn we vaak machteloos. Dan kunnen we het lijden, gedwongen over ons heen laten gaan mokkend of er in berustend.
Dat alles is bij Jezus niet aan de orde. Hij vlucht niet voor het lijden weg. Hij ondergaat het niet in een zekere gelatenheid, wachtend tot dat het overgaat. Nee, Hij zoekt het op, bewust. Hij kiest voor de weg van het lijden. Hij vernedert Zich en wordt gehoorzaam tot de dood,
tot de dood aan het kruis.
Wie dat op zich laat inwerken, kan niet aan niet aan de conclusie ontkomen, dat er tussen Jezus en ons, en misschien mag je het wel uitbreiden – tot er tussen Jezus en ons mensen in het algemeen en groot onderscheid is. Hij doet iets wat wij onbegrijpelijk vinden en dat wij vanuit onszelf zeker niet vrijwillig zouden doen. Hij past niet zomaar in onze wereld.
Dit vreemdzijn van Jezus in onze wereld, kunnen we niet genoeg benadrukken. Jezus is anders en Hij blijft anders. Hij is anders dan wij zijn en Hij is anders dan alle religieuze persoonlijkheden en voorgangers. Hij is zo vreemd voor ons dat Hij altijd voor ons iets onbegrijpelijks houden, iets dat wij niet begrijpen, niet grijpen kunnen.
Dat heeft altijd met het lijden te maken. Onbegrijpelijk is het voor ons dat Hij het lijden aanvaart.
Dat gaat in tegen ons streven het lijden te ontlopen. In onze wereld en in ons zelf leeft een geweldige drang het lijden te ontkennen of te bestrijden. We doen dat met een geweldige inzet. Van tijd tot tijd melden we trots onze overwinningen. Ten diepste denken we dat we het lijden de baas kunnen worden.
Dat leidt tot een geweldige competitie in de wereld. Wie niet mee kan, telt eigenlijk niet meer mee. Die houden we het liefst uit onze buurt. No time for losers. Aan de schaduwkant van ons bestaan willen we nu eenmaal niet graag herinnerd worden. Dat onze pogingen ook mislukken om het lijden te bestrijden, willen we niet horen. We streven naar geluk en voorspoed, naar een wereld waarin we welvarend zijn.
Wie deze pogingen aanziet en tegelijk Jezus gang op zich laat inwerken, ziet de geweldige hoogmoed die uit al deze pogingen blijkt. De suggestie dat wij mensen het wel redden. We kunnen uiteindelijk ook het lijden de baas worden. Weg van het lijden en wie lijdt moet maar een pilletje daartegen nemen.
Die hoogmoed en al die pogingen, wordt door de weg die Jezus gaat, onthuld. Hij doet in die race niet mee. Hij ontkent en bestrijdt het lijden niet, maar gaat zelf de weg van het lijden. Hij doet wat in onze ogen onbegrijpelijk is. Hij gaat deze weg niet als een Boeddha, niet als een goeroe, die zich innerlijk van het lijden vrijgemaakt heeft. Dan zou het lijden Hem niet echt raken. Nee, Hij ontloopt het lijden niet en Zijn lijden is reëel, rauw en meedogenloos, tot in de dood, ja de dood aan het kruis.
In onze wereld van de hoogmoed is Jezus de nederige. Hij aanvaardt wat wij onbegrijpelijk vinden en niet waar willen hebben: het lijden. Dat is Zijn nederigheid. Zo openbaart Hij voor ons onontkoombaar wat we willen verdringen, waar we niet aanwillen. Hij openbaart dat ons leven met het lijden samenhangt, daarmee onverbrekelijk verbonden is. Hij gaat de weg van de mens, niet in hoogmoed door het lijden te ontkennen, maar in nederigheid door het lijden te aanvaarden. Dat willen we niet waar hebben. Weg met Hem!
Zo is Jezus de vreemdeling in ons midden; verworpen als een hinderlijke sta in de weg. Zo is Hij de lijdende Jezus in ons midden. In hoogmoed verworpen, alleen maar herkent door de verliezers in onze wereld. Dat begon al bij Zijn geboorte met de herders en dat gaat door tot op de dag van vandaag, bij hen die in onze wereld buiten de boot vallen, die lijden.
Hij verheft Zich niet boven hen, maar gaat met hen de weg van het lijden, vrijwillig. Geen enkele poging doet Hij om het lijden te ontlopen.
Is Hij dan één van de vele mislukkelingen, één van de velen die het in onze wereld niet redden? Wat voor troost en uitzicht biedt dat ons? Hij heeft geleefd, jammer, dat Hij er zo weinig van gemaakt heeft.
Ja, zo zou het zijn, totdat wij in Zijn ogen, in deze gestalte van de lijdende Jezus, de Here God ontdekken. Dat verkondigt Paulus ons in zijn brief. Hij is het die de gestalte van de slaaf aannam. Hij is het die gelijk werd aan een mens.
Wie dat leert zien, voor wie de ogen daarvoor opengaan, die gaat zien wat het meest onbegrijpelijk is van het lijden van Jezus. Hier in de weg van de lijdende Jezus gaat de hoge God de weg van de mens; hier in de lijdende Jezus gaat de Here God van het lijden ten einde toe.
Middenin het lijden van de mensen is de Here God gaan staan. We herkennen Hem in Jezus, de lijdende knecht des Heren. In Hem deelt de Here God met ons het lijden. Dat is onbegrijpelijk voor ons. Hij met ons.
Tegelijk is dat voor ons oneindige troost. In ons lijden zijn wij niet alleen. Hij is met ons. In ons lijden gloort daardoor tegelijk ook licht, toekomst. Uitzicht. Hij is immers met ons, de nieuwe mens, de mens van zijn toekomst. In ons lijden wordt door Zijn aanwezigheid de geboorte van deze nieuwe mens aangekondigd. In ons lijden gloort reeds het licht van Pasen. Het lijden hoeft niet ontkend te worden. Er wordt ons uitzicht geboden.
We worden opgeroepen daarvan te getuigen. Wat kan het anders zijn door aandacht voor de lijdende in onze wereld? Wat kan het anders zijn dan door onze hoogmoed te beteugelen? We hoeven het leven zoals dat is niet te ontkennen. We hoeven niet krampachtig te zoeken naar een andere wereld, vrij van pijn en lijden. In ons lijden wordt het uitzicht geboden door deze vreemdeling in ons midden. Jezus Die het lijden op Zich nam. Getuig van Hem, roept Paulus ons op. Deze Jezus is Christus Triomfator.
Amen.
(Open Hofkerk, Welkomdienst, 2 april 2006).
