Daniël 5:17-30
Het is duidelijk dat Daniel de centrale figuur is in dit verhaal. Hij doorziet als enige wat er werkelijk aan de hand is. Hij leest en verstaat als enige de tekenen van zijn tijd.
Dat levert twee vragen op waarop we ons vanmorgen zullen bezinnen. Wat ziet en doorziet Daniël? En als tweede hoe kan het dat hij dat als enige doorziet?
Wat Daniël ziet, wordt in de tekst uitvoerig beschreven. Hij ziet het einde van koning Belsasssar en met hem einde van het Babylonische Rijk. Het zal onder controle komen van de nieuwe wereldmacht: de Meden en Perzen.
Daniël voorziet deze machtwisseling, niet omdat hij een kundig politieke analist is, maar omdat hij de tekenen van de Here God verstaat. Hij leest de tekens die God in de tijd schrijft.
Daarmee wordt in deze tekst iets over God gezegd, waar we niet zo vertrouwd mee zijn. God en de geschiedenis gaan samen. In wat wij met menselijke ogen zien gebeuren, in onze geschiedenis, zit tegelijk ook de regering Gods verscholen.
Dat is voor ons moeilijk. Geloven in God, maar om dat nu te verbinden met wat er in de wereld gebeurt? Daar hebben we het moeilijk mee. We scheiden de wereld en God liever van elkaar. Het geloof geeft ons troost als we ons even uit de wereld kunnen terugtrekken om daarna daarheen gesterkt weer in de wereld terug te keren. Dat alles wat er in de wereld gebeurt ook met God te maken heeft, dat Hij daarin werkt, blijft voor ons moeilijk.
Want ga er maar aan staan om in de ontwikkelingen van het Midden-Oosten, in Irak, Afghanistan Gods regering te zoeken en te benoemen, Zijn oordeel, Zijn genade, Zijn bedoeling en Zijn leiding. Dan moet je toch wel heel erg veel kennis van de situatie hebben en ook heel veel durf.
Toch is dat precies wat hier gebeurt. Belsassar en zijn machtigen zijn bij elkaar, in een feest van overwinnaars. In hun midden leest Daniël de tekenen die zij vanuit zichzelf niet kunnen verstaan. Hij ziet wat zij niet zien. Hij kondigt het oordeel aan als een oordeel, dat van de Here God komt Hij ziet in wat er gebeurt de hand Gods en verkondigt dat aan Belsassar.
Dat brengt ons naar de tweede vraag. Hoe komt het dat Daniël als enige de tekenen verstaat? Hij is de uitzondering. Alle wijzen van koning breken zich de hersenen om de tekenen te verstaan, maar ze komen er niet uit. Komt dat omdat zij zoveel dommer zijn dan Daniël? Is het omdat zij zich teveel gefixeerd hebben op de macht, zodat hun blik daardoor vervormd is?
Die uitleg wordt vaak gevolgd. De wijzen van koning Belsassar zien dan in de tekenen op de muur alleen maar financiële woorden. Wij zouden zeggen, ze zien de dollartekens. Ze leven van de macht en zien ook alleen de macht.
Daniël is in deze uitleg de uitzondering. Hij wordt niet geïntimideerd door de macht en ziet daar door ook anders. Daardoor kan hij de tekens op de muur verstaan.
Ik geloof deze uitleg niet zo erg. Het lezen van de hand Gods in de geschiedenis wordt dan veel te veel een menselijke mogelijkheid. Een zaak die binnen ons handbereik ligt. Als de wijzen nu maar echt wijs geweest waren, dan…..
Als het zo zou zijn, dan loert het gevaar om de hoek, dat we onze eigen zaak en belangen met die van God gaan vermengen. Dan wordt wat wij belangrijk vinden verward met het goddelijke. Dan weten we van tevoren al wat goddelijk is en dat zien we dan in de geschiedenis terug.
Zo is het niet. Net als de wijzen van Belsassar weet ook Daniël vanuit zichzelf helemaal niet welke weg God in de geschiedenis gaat, welke tekens Hij in de tijd schrijft.
Dat gold toen en geldt nog steeds. Wij zijn als mensen, vanuit onszelf blind voor wat er in de geschiedenis van Godswege geschreven staat. We moeten ons zelf niet overschatten. Ook Daniël weet vanuit zichzelf niets meer dan de wijzen van de koning. En toch ziet hij! Hoe kan het dan dat hij als enige verstaat? Als het dan geen bijzondere gave is van Daniël, hoe kan het dan toch gebeuren dat hij ziet en het raadsel oplost?
Daniël wordt bij de koning geïntroduceerd door de koningin. Hij is een man, zegt zij die aangeraakt is door de geest van de heilige God. Dat is de kern. Daniël ziet omdat hij aangeraakt is door de heilige God.
Daniël ziet niet wat hijzelf belangrijk vindt, of wat hijzelf als goddelijk ervaart. Hij ziet de Here God zelf in actie. Dat overkomt hem. Hij kan de voor hem vreemde tekens lezen, omdat de Here God hem de ogen opent. Daardoor ziet hij meer dan alle anderen. Dan ziet hij inde dingen die gebeuren God zelf aan het werk. Genade is dat, niet meer en niet minder.
Daniël ziet als zijn ogen open gaan niet zichzelf, niet Belsassar aan het werk maar de Here God. In wat er gebeurt, gaat hij zijn gang.
Daarmee komen we bij onszelf, als gemeente en als individuele gelovige. Als het waar is, dat wij vanuit onszelf niet meer weten dan alle wijzen van de wereld, dan kan het toch ook voor ons waar zijn dat we de tekens in onze tijd wel zien, maar verkeerd lezen. We zien wat er gebeurt in de wereld en we weten door Daniël dat in dat wereldgebeuren ook God bezig is, maar wie weet waar mag het zeggen. Zo eenvoudig is dat niet.
Daar hoeven we het niet bij te laten. Als gemeente en gelovigen bidden we om de Heilige Geest en aangeraakt door de Heilige Geest belijden we God. Dan gaat het om de God Die anders is dan wij, als vreemdeling die zijn gang gaat in deze wereld. Hij voltooit zelf wat Hij begonnen is.
Die God heeft voor ons een gezicht gekregen in Jezus Christus. Zo is Hij God. Dat geeft ons moed en vertrouwen om te leven. Met Daniël mee, mogen ook wij erop vertrouwen dat deze God in onze geschiedenis werkt. Aan de barmhartigen is de toekomst. Hij laat Zijn koninkrijk komen. Dat is geheel en al een activiteit van Hemzelf. Deze God regeert, zoals Hij ook ten tijde van Belsassar regeerde.
Dat ziet Daniël en mogen ook wij zien. Niet omdat wij dat van uit onszelf weten, maar omdat Hij ons daarvoor de ogen geopend heeft.
Dat is al heel wat, maar Daniël ziet de activiteit van deze God heel concreet in wat er gebeurt. Precies op dit punt aarzel ik om de lijn naar onze tijd door te trekken. Ook al zien wij de Here God in Jezus Christus in ons midden, dan nog is het niet eenvoudig in de tijd die wij meemaken de tekenen te onderscheiden.
Betekent het dat we enige weerbarstigheid moeten tonen als er vanuit Amerika iets te stellig geprobeerd wordt om in onze wereld een zegenrijke orde op te leggen?
Betekent het een actief meedoen aan de opbouw aan een staat, die voor recht, vrede en vrijheid zorgt?
Betekent het dat we in de bedreiging van onze westerse waarden en normen een oordeel moeten horen over onze zonden, onze eigen gerechtigheid?
Kortom Daniël bemoedigt ons, dat de barmhartige God de wereld niet aan haar lot overlaat, maar bezig is Zijn koninkrijk te vestigen, maar tegelijk stelt het ons voor vragen of we de tekenen van Zijn hand aan de wand verstaan. Die tekenen worden ook nu geschreven. We zijn geroepen om ze te verstaan. De vraag is: wie ze kan lezen.
Amen.
(Open Hofkerk/Julianakerk, 23 juli 2006).
