Website At Polhuis


Handelingen 2:33

In de preek die Petrus met Pinksteren houdt, wordt in een zin de betekenis van Pinksteren samengevat. Op dat vers wil ik u vanmorgen wijzen. Het gaat om vers 33.

In dit vers komen drie uitspraken voor:
- Hij die verheven is, zit aan de rechterhand.
- Hij heeft de geest ontvangen.
- Die geest heeft Hij op ons doen neerdalen.

Met deze drie uitspraken wordt alles gezegd. Dat is het wat u ziet en hoort. Bij alle drie de uitspraken staan we vanmorgen een moment stil.

De eerste uitspraak legt het verband met Hemelvaart en de andere feesten: Pasen en Kerst. Feesten die de weg van Jezus Christus markeren. Zijn geboorte, Zijn weg van lijden en sterven en opstaan. Over Hem, over deze Jezus, wordt gesproken als gezegd wordt: Hij Die verheven is. Over Hem en over niemand anders.

Hij Die zich vernederde, is de verhevene. Hij Die als mens geboren en gestorven is, is de opgewekte, de opgestane Heer.

Dit vers is de grond van alles. Zonder dit vers geen Pinksteren. In Jezus Christus is de Zoon Gods in ons midden. Dat is toch veel te beperkt uitgedrukt. Dat kan ook betekenen, dat Hij zich als vreemde te midden van ons gedraagt. Zo is het niet. De Zoon neemt de gestalte aan van de mens. Hij is één van ons. Dat is kern van het evangelie: God met ons. De zoon Gods gaat als één van ons, als Jezus, onze weg.

Daarin wordt de liefde Gods openbaar. Zijn liefde voor ons. Hij zendt Zijn Zoon om ons te redden. Die redding wordt openbaar met Pasen. God vernedert Zich in Zijn Zoon tot in de dood aan het kruis. Hij vernedert Zich om de mens met Pasen te verhogen. In Jezus komt de eersteling van de nieuwe schepping aan het licht. De verheerlijkte mens, de heerlijke mens.

Om die mens, van die heerlijke mens, wordt gezegd dat hij aan de rechterhand van God de Vader zit. Hij zit aan die machtige rechterhand om samen met de Vader te regeren. Zo ziet zijn heerschappij eruit, de mens in als zijn glorie, de heerlijke mens. Daar is alles op gericht.

Van deze verheerlijkte en verheven mens, die in Jezus Christus voor ons openbaar geworden is, wordt als tweede gezegd: Hij heeft van de Vader de heilige geest ontvangen.

Dat is de eerste uitstorting van de heilige geest die we vandaag vieren. Over Jezus Christus, de verhoogde en verheerlijkte mens, de eersteling van de nieuwe schepping, over de zoon, die zich vernederde opdat we verhoogd worden, over Hem heeft de Vader zijn geest uitgestort.

U begrijpt wel, dat hier gesproken wordt over het geheimenis van God, de drie-enige God, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De verhevene, die zit aan de rechterhand, is niet een voor God vreemde, niet een God naast de Vader. Nee, Hij is met de Vader in een band verbonden. De Heilige Geest bindt hen samen, maakt hen één.

Vader en zoon horen bij elkaar. De geest die de zoon ontvangt, is de band van de liefde. De Vader niet zonder de zoon en de zoon niet zonder de Vader, bij elkaar gehouden door de band van de liefde, de geest. Niets kan hen scheiden van elkaar. In de gave van de geest aan de zoon, drukt de Vader zijn onvoorwaardelijke liefde voor de zoon uit.

Begrijpt u goed, dat in de zoon, waarvan we in het eerste gedeelte gezegd hebben, die zich vernederd heeft; de zoon, die één met ons geworden is, mens zoals wij. Tegen Hem, zegt de Vader; ik houd van jou, niets kan ons scheiden. Al het mijne is het uwe. Jij hoort bij mij. Wie jou gezien heeft, heeft mij gezien. Mijn geest ook op jou. Jij ontvangt mijn geest.

Deze geest, deze zelfde geest heeft Hij op ons, op u en mij laten neerdalen. Dat is de climax van de christelijke feesten. Dat is Pinksteren. Dat wordt ons hedenmorgen verkondigd. De geest, die de zoon van de Vader ontvangen heeft, die geest doet de zoon op ons neerdalen. De geest van de liefde, die de Vader en de zoon verbindt, valt ook op ons. Wij delen in dezelfde liefdeband. Zoals de Vader de zoon liefheeft, zo ook ons. Wat over Jezus Christus gezegd wordt, wordt ook over ons gezegd. Daar gaat het met Pinksteren om.

Niet wij vullen de ruimte na Hemelvaart. Het is de Heer zelf. Hij schenkt zijn geest, dezelfde geest die de verhevene, die Jezus Christus ontvangen heeft. Die geest mogen ook wij ontvangen. Tot u en tot ons wordt hedenmorgen gezegd. Mijn geest waarin ik onvoorwaardelijk ja zeg tegen mijn zoon, die vernederd en verhoogd is, die geest schenk ik ook u.

Het gaat er om omdat heilsfeit vanmorgen te horen, dat we daardoor aangeraakt worden en daardoor van zijn geest en uit zijn geest gaan leven. Niet wij vullen de geest. Nee de geest is gevuld en wij worden van deze geest vervuld, vol. Dat is Pinksteren.

In vier korte zinnen kan samengevat worden wat dat voor ons betekent.
- Ik hoor.
- Ik ben dankbaar.
- Ik word verantwoordelijk.
- Ik heb hoop.

Wie van de geest leeft, hoort. Hij hoort het woord Gods. Hij hoort wat in en door Jezus Christus tot ons gesproken is. Hij weet dat de weg van Jezus zijn weg is. Wat aan Hem geschied is, is aan ons geschied. Wie van de geest leeft, hoort. Hij hoort dat zijn toekomst in Jezus openbaar geworden is. Zoals Hij is, zo zullen wij zijn.

Wie van de geest leeft, is dankbaar. Hij heeft gehoord dat hij van Godswege een toekomst gekregen heeft. Die toekomst is niet onze toekomst; die toekomst hebben we ook niet verdiend. Vanuit onszelf komen we er niet in de buurt. Het is Zijn toekomst, die ons geschonken wordt. Aan ons wordt het ongekende geschonken. Niet dood, maar leven. We hadden en hebben we helemaal geen recht op. We krijgen het om niet. Voor dat geschenk kunnen we alleen maar dankbaar zijn.

Wie van de geest leeft, wordt verantwoordelijk. Hij weet van het grote geheim van deze wereld. Hij weet van Jezus Christus, in wie ons mens-zijn verheven is, zittend aan de rechterhand van God de Vader. Hij is onze toekomst en redding.

Dat maakt ons als gemeente die van de geest leeft verantwoordelijk. Dit geheim moet bekend worden. Dit Woord van redding moet in de wereld klinken. Die blijvende verantwoordelijkheid heeft de gemeente die van de geest van de Heer leeft.
Wie van de geest leeft, heeft hoop, hoop voor zichzelf en voor alle anderen. De geest die over ons uitgestort wordt, is de liefdesband tussen Vader en zoon. In die liefde zijn wij allen begrepen. Wij mogen delen in wat Jezus Christus ons ten deel gevallen is. Hij is de verhevene die aan de rechterhand zit.

Precies, ja dat is het. Dat is onze toekomst.

Wie dat weet, kan niet wanhopen, ook al is het duister om ons heen. De geest is uitgestort en verlicht ons hart en onze geest om deze toekomst te zien. Deze toekomst voor ons, ja voor ons allen.

Van die hoop voor onszelf en van die hoop voor de wereld en allen die erop wonen, mogen wij, gedreven door de heilige geest, die over ons uitgestort is, onophoudelijk en met een vurig verlangen getuigen.

Amen.

(Pinksteren, Open Hofkerk, 4 juni 2006).