1 Corinthe 13:13
De tekst van vandaag zat al geruime tijd in mijn hoofd: maar de grootste daarvan is de liefde. Geloof is belangrijk, hoop is noodzakelijk, maar daar boven uit gaat de liefde. Geloof en hoop verdwijnen, mar de liefde blijft.
Dat deze tekst zich voor dit moment bij mij opdrong is niet vanzelfsprekend. Over deze tekst heb ik in een gewone eredienst nooit gepreekt, nooit willen preken. Ik kon er weinig mee en dan met name met de nadruk op de liefde. Het was mi te zoet, te lief, te soft. Wat juist niet moest gebeuren, was om allen met de mantel der liefde te bedekken.
En dan nu vandaag, juist op dit moment, dan toch deze tekst. Ik kan er niet onderuit. Na meer dan 35 jaar kan ik niet anders dan met de apostel mee belijden: de meeste van deze is de liefde. Hoe dat gekomen is én wat ik daarmee wil zeggen, wil ik vandaag met u delen. Geloof, hoop en liefde zijn de drie kernwoorden waarmee mijn theologische bestaan zijn samen te vatten.
In 1972 begon ik in Zunderdorp, vers van de universiteit, onder de indruk van de gebeurtenissen in 1968/69, de opstand van jongeren tegen de maatschappij van de jaren ´50. Alles zou anders worden, alles moest anders worden. Iets daarvan had ik zelf ervaren tijdens een reis door Engeland en Ierland, al liftend proefde ik de sfeer van verandering en onderlinge verbondenheid.
Deze periode in mijn theologische bestaan typeer ik met het woord ´geloof´. Buiten de kerk werd dat anders benoemd: de verbeelding aan de macht. Voor mij zat er niet zoveel verschil tussen. Er werd gedroomd van een rechtvaardige wereld, waarop geen oorlog en armoede meer was. Het geloof zat in die jaren in de lucht. Het was een geloof, zoals Paulus beschrijft. Een geloof dat bergen kon verplaatsen. Dat dachten, geloofden we toen. Meer dan dat. We wisten wel zeker dat we de wereld konden veranderen, konden veranderen in de richting van het Koninkrijk Gods. Dat dreef ons.
Met dit geloof heb ik het jaren vol gehouden, tot in Koog/Zaandijk aan toe. Het was een heerlijke tijd, vol adrenaline, ontdekkingen en acties. Het zou anders worden en daaraan werkten we mee.
Zo kwam ik in Crooswijk terecht. De kerk was belangrijk, maar de echte verandering kwam toch van de bewegingen en organisaties van de onderliggende zelf. Daar moest je zijn om hen te versterken in de strijd voor een rechtvaardige wereld. God was niet een God vóór de armen, maar een God ván de armen. Bij hen was Hij te vinden als de revolutionaire kracht van verandering. Zo kwam in die jaren het accent te liggen op het diaconaat. Hoewel niet letterlijk het lichaam werd prijsgegeven, zoals Paulus stelt,werd toch getracht geheel en al belangeloos bij de armen te zijn in hun strijd, om met bewoners van Crooswijk en voor mij in het bijzonder met de Marokkanen te strijden voor hun belangen.
Toch, al spoedig na mijn komst in Crooswijk ontstonden de eerste scheurtjes in het geloof, dat bergen kon verzetten. De werkelijkheid bleek toch harder dan we dachten. De kruisraketten gingen Nederland niet uit en de armoede ook niet, noch in de derde wereld, noch in Crooswijk. De woonlastenstrijd werd verloren en ook de bevrijdingsstrijd van Marokkanen ging niet zoals verwacht. Zo verdween langzaam maar zeker het geloof.
In 1998 preekt ik ter gelegenheid van mijn 25 jarig jubileum over Hebreeën 11:1: Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet. In die preek vatte ik de stand van zaken samen. Het accent werd toen gelegd bij de hoop. Heet geloof dat de wereld zou veranderen verdween, maar de hoop daarop moest levend gehouden worden. Ik preekte over de hoop, maar achteraf gezien was het meer de moed der wanhoop. Hopen tegen beter weten in. Bitter weinig in de werkelijkheid van alledag wees er op dat die hoop rechtvaardigde.
Ik werkte in die tijd bij Oikos. Een boeiende periode, maar in het geheel van mijn theologische bestaan een vlucht. Het geloof in de verandering was vastgelopen en met de hoop op verandering had ik het niet volgehouden. Zo kwam ik begin van deze eeuw in Pendrecht/Heijplaat terecht, met weinig meer in handen, maar ik wilde proberen door deze crisis heen te komen. Ik ben beloond.
In deze periode leerde ik wat aan de het geloof en de hoop ontbrak. Paulus vat dat samen: Al had ik het geloof dat bergen kon verplaatsen, had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al deed ik nog zoveel aan diaconaat, al gaf ik zelfs mijn lichaam prijs, had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
Dat leerde ik in de derde fase van mijn bestaan als predikant. Na het geloof, de hoop, de liefde, ja meer dan dat. Ik leerde vooral dat de liefde de meeste is. De liefde wekt het geloof, de liefde fundeert de hoop, zo lang wij in het hier en nu leven en nog in een wazige spiegel kijken.
De liefde, ja, ik durf er nu over te preken. Het is niet de romantiek, die wij er onder verstaan. Het is de liefde die ons geopenbaard wordt: de liefde Gods. het is de liefde die ons betoond en verklaard wordt in de zelfopenbaring van deze God in Jezus Christus. Het is de liefde die wij van uit onszelf niet kennen.
God zit niet in ons geloof. God zit niet in onze hoop. Dat leerde ik in deze fase. Dat denken we wel, maar het is een vergissing. Vanuit onszelf hebben we alleen onszelf, ons eigen geloof, onze eigen hoop. Vanuit onszelf kennen we God helemaal niet. Wat mij overkwam is een symptoom hoe het ons allen vergaat. Vroeg of laat lopen we vast of vluchten we weg in hoger sferen. We leven als mensen zonder God, zonder hoop en zonder geloof, ook al houden we onszelf graag voor de gek. Dat is de harde waarheid over ons bestaan.
Dat verandert alleen als Hij ons aanspreekt, als Hij of Zij met een stem die de stilte niet breekt, ons met zijn Woord aanspreekt. Dan verandert er wat. Dan kunnen we de leegte van ons bestaan onder ogen zien. Als Zijn Woord klinkt, weten we hoe leeg ons bestaan was, hoe gebrekkig ons geloof, hoe zwak onze hoop. Als Zijn stem klinkt als een gerucht van vrede, dan weten we hoe ver we daarvan verwijderd zijn zonder Hem.
Als Zijn stem klinkt horen we de stem van een vreemdeling in onze wereld. De stem van iemand die anders is dan alles wat wij kennen. Wie die stem hoort, wordt vervuld van diepe dankbaarheid. Hier spreekt iemand die niet doet naar alles wat wij deden. Hier spreekt een stem van iemand die ons liefheeft en genadig is, die ons draagt.
Om die liefde gaat het. Deze God spreekt niet om te oordelen. Dat had voor de hand gelegen. Nee, Hij spreekt om te dienen. Hij spreekt om ons leven en toekomst te geven. Leven en toekomst voor ieder van ons persoonlijk, maar ook voor de wereld en allen die daar wonen. Zijn leven en Zijn toekomst schenkt Hij ons.
Dat Woord, waar klinkt dat, zult u vragen? Dat klikt in de kerk. Dat maakt de kerk de moeite waard om je er voor in te spannen, er zorgvuldig mee om te gaan. Dit Woord is samengevat in dit ene Woord dat Hij spreekt: Jezus Christus. In Hem wordt ons Zijn toekomst voor ons geopenbaard. Zoals Hij is, zo zullen wij zijn.
Dit Woord klinkt in alle kwetsbaarheid, als een fluisterend gerucht in stamelende mensenwoorden. Je moet goed luisteren naar de Schrift, naar Profeten en Apostelen om het te midden van de het geweld van zoveel gesproken woorden te horen. Maar wie het hoort, wordt geraakt door de liefde van God. Wie het hoort, weet dat de liefde de grootste is.
Zijn daarmee het geloof en de hoop achterhaalt? Geenszins! Dat zal pas gebeuren als we oog in oog staan. Nu kijken we nog in een wazige spiegel en maar dan Zijn Woord hebben we niet.
Welnu, levend in deze wereld, die hem vanuit zichzelf niet kent, hebben we dat gerucht van Zijn liefde voor ons gehoord. Die liefde draagt ons. Die liefde wekt ons geloof. Het geloof in een wereld waar liefde en trouw ontspruiten in zijn spoor. Die liefde doet de hoop ontbranden, de joop van het nieuwe Jeruzalem, het nieuwe Rotterdam, het nieuwe Pendrecht, het nieuwe Heijplaat. Die liefde fundeert deze hoop. Deze hoop is niet ijdel. Deze hoop is gegrond.
Want wat onze wereld en ons leven draagt is niet het lot, dat cynisch maakt, maar is de vreemde God die ons tot onze verrassing niet verwerpt, maar liefheeft.
Amen
(Afscheidsdienst, Pendrecht/Heijplaat, 27 september 2009, Open Hof)
