Galaten 4:4
In de brief aan de Galaten wordt in een vers de enorme betekenis van de geboorte van Jezus onder woorden gebracht. (Galaten 4 : 4). Kerst is aanzienlijk meer dan een romantisch feest en een vertederende geboorte in een donkere boze wereld. Kerst raakt ons bestaan, raakt uw bestaan, ja van de gehele wereld. Voor en na Kerst wordt er met andere woorden over de mensen, over u gesproken. Om het kernachtig te zeggen. Door Kerst worden we van slaaf tot vrij mens, van een onmondige tot iemand die serieus genomen wordt.
Daar wil ik het vanmorgen met u over hebben, over deze radicale verandering die de geboorte van Jezus teweegbrengt. U bent niet langer onmondig, slaaf. Dat wordt tot u gezegd. U bent vrij, erfgenaam, kind van God, dat zijn kindsdeel zal erven. Wie wil dat niet? Hoor dan en luister hoe Paulus de geboorte van Jezus uitlegt. Hoor het en keer u om. Er is geen reden om nog langer als slaaf, als onvrije te leven, maar leef als vrij en mondig mens.
In een zin legt Paulus het wonder van de geboorte van Jezus uit: maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij Zijn kinderen zouden worden.
Het gaat om drie uitspraken in deze tekst. Het is God, die op zijn tijd zijn Zoon zendt. Van deze Zoon wordt gezegd dat Hij geboren is uit een vrouw en onderworpen is aan de wet. En dat alles is gebeurd daar is alles op gericht, om ons vrij te kopen van de wet, opdat wij kinderen Gods zouden worden.
Mooiere en treffendere uitleg van het Kerstevangelie is niet te geven. In dit ene vers staat alles waarop het aankomt. Degene die het initiatief neemt, degene die het uitvoert en degene om wie het gaat: u en ik.
God neemt het initiatief. Toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon. Dat lijkt mij te zwak vertaald. Het gaat om veel meer dan om het aanbreken van een bepaalde tijd. Het gaat met Kerst niet om sprookjes. Niet: er was eens, maar het geschiedt, de tijd wordt vol.
Wat met Kerst ons verkondigd wordt, is dat God zich geopenbaard heeft. Waarom toen, we weten het niet, maar wat belangrijker is, Hij maakt zich bekend. God opent zich voor ons, niet een beetje, niet voor een deel, maar met alles wat Hij heeft. Hij maakt Zich geheel en al aan ons bekend. Hij zond zijn Zoon. Hij zond alles wat uit Hem uitgegaan was. Niets hield Hij achter.
Dat is de onuitsprekelijke genade die ons allen met Kerst verkondigd wordt. In volle glorie, met alles wat Hij is, maakt de Here God Zich aan ons bekend.
Met Kerst kunnen wij niet meer spreken over een onbekende God, of over onbekende delen van God, alsof God toch nog iets voor ons achtergehouden heeft. Wie dat beweert, heeft nog geen Kerst gevierd. Na Kerstfeest past alleen een overtreffende trap. Niet iets, niet iets meer, maar alles van God wordt ons openbaar gemaakt. Dat noemt Paulus de volheid van de tijd. Wat hebben we na dit openbaar worden nog meer te verwachten? Niets meer! De tijd is vol en hier geldt letterlijk en voluit: vol is vol. Er kan niets meer bij. Met Kerst wordt de gehele God, Die verborgen is aan ons openbaar. God zond zijn Zoon.
Daarna volgt in de tekst een van de mooiste uitspraken van het evangelie: geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet. God zond zijn Zoon en hoe kennen wij Hem, hoe komt Hij naar ons toe? Geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet.
Precies dat is het wat ook van ons allen gezegd wordt, wat voor u en voor mij geldt, wat voor alle mensen geldt. De Here God komt naar ons toe, maar niet in de gedaante van Zijn Godzijn. Wat een genade is dat voor ons. We zouden Hem anders niet hebben kunnen ontmoeten. Een ontmoeting met God kunnen wij helemaal niet aan. Hij is en blijft een verterend vuur, een licht dat voor ons onverdraaglijk is.
Deze hoge God komt naar ons toe, maar zijn komst is er op gericht dat wij Hem ook ontmoeten kunnen. Hij komt naar ons toe als een van ons, als een van ons is Hij in ons midden, op zo’n manier dat wij Hem ook ontmoeten kunnen. Geboren uit een vrouw, net als wij.
Dat is al heel veel, maar nog niet voldoende. Geboren uit een vrouw, maar ook onderworpen aan de wet. De Here God is niet alleen in ons midden als een mens die wij ontmoeten kunnen, nee Hij is ook onderworpen aan de wet.
Jezus is geen supermens in ons midden, geen religieuze held, Die wij ontmoeten kunnen, maar toch door zijn volmaaktheid van ons onderscheiden is. Hij is onderworpen aan de wet. Als God in ons midden komt, onderwerpt Hij zich aan de wet.
Daar is veel over te zeggen, maar voor vanmorgen is het genoeg om te weten dat onderworpen aan de wet betekent dat Hij zich onderwerpt aan het oordeel dat uit de wet voortkomt; het oordeel over ons bestaan.
De Here God gaat met ons en voor ons de diepte van het oordeel in. Met ons draagt Hij ons miserabele bestaan, dat voor God geoordeeld is, het bestaan dat waarheid tot leugen en leugen tot waarheid maakt, ons bestaan dat er op pocht te kunnen doen wat God van ons vraagt, er zich op beroemd zonder God wel zalig te kunnen worden, een bestaan waarin we God niet nodig hebben, omdat we onszelf overschatten.
Dat bestaan deelt de Here God met ons, dieper dan zo kan Hij zich niet vernederen en precies dat heeft Hij willen doen. Zo wil Hij God zijn, onderworpen aan de wet, zo wilde Hij Zich met ons verbinden.
Hij kwam naar ons toe. In zijn Zoon was Hij geheel en al in ons midden; als een van ons, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet. Dat is de verkondiging van Kerst. Dat is de betekenis van wat er in de velden van Betlehem gebeurde, en dat alles gebeurde met het oog op ons, met het oog op u. God vernederde Zich omwille van u.
Dat wordt in het slot van het vers onder woorden gebracht. Hij is gezonden om ons vrij te kopen van de wet, opdat wij zijn kinderen zouden worden.
Wij leven, zo staat geschreven, onderworpen aan de machten van de wereld en zo is het ook. Dat ervaren we elke dag opnieuw. We kunnen er ons niet aan onttrekken. Spelballen van het lot zijn we, niet in staat de machten te beheersen, die met ons spelen. Machten die los- geslagen zijn van hun dienst aan de humane God. We kunnen ze niet beteugelen.
In die wereld heeft de Here God Zich in zijn Zoon begeven. Hij liep niet weg voor het oordeel over dit bestaan. Hij onderwierp Zich aan de wet. Als enige in ons midden en precies zo volbrengt Hij wat wij niet kunnen volbrengen, brengt Hij God de eer toe.
Hij doet dat voor ons, voor u, om ons te laten zien dat ons menszijn niet verloren is, dat u niet verloren bent, dat uw leven niet zinloos is en in de dood ten onder gaat.
Dat alles wordt aan ons allen, ook aan u toegerekend, ook al volbrengen wij het niet zelf. Het wordt ons geschonken. Wij worden kinderen Gods genoemd; mensen die niet langer onderworpen zijn aan de machten van de wereld.
Dat loflied mag met Kerst uit ons aller mond klinken. Niet langer slaaf zijn wij, maar erfgenaam van de Here God. Levend in vrijheid. Dat maakt Kerst tot zo’n jubelend feest. Onderwerp u dan niet langer aan de machten, maar keer u om. Leef en getuig van dit ene: dat aan u en aan ons in en door Hem het kindschap van God geschonken is.
Amen.
(Open Hofkerk, Kerst, 25 december 2005).
