Website At Polhuis


Psalm 9

Bij de eerste lezing van deze psalm wordt het niet goed duidelijk of er nu in de tegenwoordige of de toekomstige tijd gesproken wordt. Is de uitschakeling van de vijanden voor de psalmdichter nu een feit of wordt het nog verwacht? Ik denk dat het beide waar is.

Het moet nog gebeuren. Het is nog toekomstige tijd. De psalmdichter is nog ellendig. De arme is nog vergeten. De hoop van de ootmoedige gaat nog tel oor. Dat is de situatie die nu nog altijd opgeld doet: wat klein en zwak is, is niet in tel.

Het is reeds gebeurd. De goddelozen zijn te gronde gericht. Hun namen zijn uitgewist. Eeuwige puinhopen zijn de vijanden, zegt de psalmdichter. Dat klinkt in onze situatie, net als ten tijde van de psalmist fantastisch: woorden van een fantast.

De vraag is waarom de psalmdichter dit zo zegt. Hij kan dat omdat hij de Bevrijder/God kent. Hij ziet Hem in de geschiedenis aan het werk. Hij weet van de Bevrijder, dat Hij de Rechtvaardige is. Dat betekent dat het geding van de ellendigen door Hem beslecht is. Dat geeft vertrouwen bij de armen en ellendigen. Hij zal hen opheffen uit het dodenrijk.

Van deze overwinning weten we wanneer we geloven in de opstanding van Jezus. Daarom mogen we met deze psalmist de Heer loven met ons ganse hart en van zijn wonderen ook in Crooswijk/Jaffa verhalen.