Website At Polhuis


Om de toekomst van de gemeente-4

De vorige maand heeft de wijkkerkenraad van Pendrecht/Heijplaat een rapport toegestuurd aan de wijkkerkeraden en de Centrale kerkenraad van de Hervormde Gemeente en het Tienkerkenoverleg van de Gereformeerde kerken op de Zuidoever. Dat rapport is het voorlopig resultaat van een onderzoek waaraan Pendrecht/Heijplaat het afgelopen seizoen deelgenomen heeft. In dit artikel geef ik de inhoud van het rapport verkort weer. Op die manier kan ieder zich een mening vormen. Een zo breed mogelijke gesprek is gewenst. Het gaat immers om de toekomst van de gemeente.

‘Aanzetten voor organisatorische integratie en pastorale differentiatie’ heet het rapport. Het gaat dus om twee zaken: om de organisatie van de gemeente en het pastoraat. Organisatorisch zal er de komende jaren het een en ander veranderen. Bij die veranderingen dient het pastoraat een accent te krijgen. Het rapport pleit voor een nauwe samenwerking van de kerken. Dat is nodig om een goed pastoraal aanbod blijvend te waarborgen. De reorganisatie is middel om dit doel te bereiken. Deze inzet wordt in drie hoofdstukjes uitgewerkt. Als eerste wordt gesproken over de mogelijkheden en de moeilijkheden van een organisatorische wijziging. Daarna komt het pastoraat ter sprake en als derde de vormgeving van de vieringen in de stad. Over elk van deze drie onderwerpen een paar opmerkingen.

Integratie

In drie punten wordt dit onderwerp uitgewerkt: inhoudelijk, organisatorisch en personeel. Deze volgorde is niet toevallig. Als eerste dient er helderheid te zijn over het kerkelijke aanbod. Wat biedt de kerk van Rotterdam Zuid de bewoners van dit stadsdeel aan? Als we naar de huidige situatie kijken, is dat een gevarieerd aanbod. Er zijn gemeenten met een ‘bondssignatuur’, confessionele gemeenten, gemeenten waar een accent op liturgie en/of maatschappij vragen valt. Het rapport stelt de kritische vraag of dat aanbod ook gewenst wordt. Sluit het aan bij de verwachtingen van gemeenteleden, actieve en passieve, van ambtsdragers en randbewoners? Het zou goed zijn als daar onderzoek naar gedaan wordt. Op basis daarvan kan dan een bewuste keuze gemaakt worden.

Die keus moet gemaakt worden door de kerken op de Zuidelijke Maasoever. De tijd is voorbij, dat ieder voor zich het totale kerkelijke pakket aan de leden kan aanbieden. Daarmee komen we op een ingewikkeld punt. Samenwerking is niet het sterkste punt van de kerken. Om het niet ingewikkelder te maken dan het als is, wordt er in het rapport uitgegaan van twee Centrale hervormde gemeenten, met zeven verschillende wijkgemeenten, en 7 Gereformeerde kerken. Ieder voert op dit moment een eigen beleid. De dringende vraag van het rapport is of deze luxe in deze tijd nog verantwoord is. De wijkgemeenten en kerken worden zwakker, terwijl de vragen waar de gemeenten en kerken voor staan alleen maar ingewikkelder worden. Een krachtig bestuur is nodig om met het oog op de toekomst noodzakelijke beslissingen te kunnen nemen.

In het rapport worden voorstellen gedaan om tot organisatorische samenwerking te komen. Daarbij wordt uiteraard uitgebreid aandacht besteed aan de komende fusie van de Hervormde kerk en Gereformeerde kerken. Wat betekent deze fusie voor wijkgemeenten en kerken die willen fuseren? Wat zijn de gevolgen voor de wijkgemeenten en kerken die dat niet willen? Ingewikkelde vragen, waar ik nu niet nader op inga, maar het zijn wel vragen waar we niet om heen kunnen.

In het rapport wordt de mogelijkheid geopperd alle bestuurlijke en organisatorische zaken in een geleidelijk proces van de wijkgemeenten naar één Centrale gemeente over te brengen. Dan ontstaat er één Hervormde gemeente op de Zuidoever. Datzelfde geldt ook voor de Gereformeerde kerken. De bestaande Gereformeerde kerken gaan op in één kerk, die nauw samenwerkt of mogelijk fuseert met de ene Hervormde gemeente. Daarbij dient optimaal rekening gehouden te worden met de voorkeuren van iedere thans bestaande wijkgemeente of kerk.

Pastoraat

De voorstellen voor de reorganisatie zijn bedoeld om een goede pastorale voorziening in stand te houden. Hoe kan met minder mensen in een vergrijzende gemeente zo goed mogelijk pastoraal gewerkt worden? In het rapport wordt de situatie in Pendrecht/Heijplaat als uitgangspunt genomen. Het pastoraat wordt vrijwel in zijn geheel door de ‘beroepskrachten’ gedaan. Er zijn nauwelijks nog ouderlingen te vinden die ook een deel van het pastoraat voor hun rekening nemen. Dit betekent dat in feite een klein deel van de gemeente aandacht krijgt. Ruimte voor nieuwe initiatieven is er niet. Op die manier worden er kansen gemist. Nieuwe groepen worden niet bereikt.

Er worden voorstellen gedaan daar iets aan te doen. Gewezen wordt op de mogelijkheden van o.a. ‘direct mail’. Goed herkenbare doelgroepen worden aangeschreven of op een andere manier benaderd. Te denken valt aan groepen jongeren, maar ook aan doopouders, pas gehuwden enz.

Een goed bijgehouden database van gemeenteleden en de reeds genoemde schaalvergroting zijn belangrijke voorwaarden voor een dergelijke aanpak. Ook moet overwogen worden of de ‘betaalde’ krachten niet beter ‘gemeentebreed’ ingezet kunnen worden. De één heeft nu eenmaal meer feeling om met jongeren om te gaan dan de ander. Zo zijn er meer specialisaties te noemen.

Vieringen

Ook bij de vieringen gaat het om een goed en gevarieerd aanbod. Een verantwoorde geografische verdeling van de kerkgebouwen is noodzakelijk. Minder kerkgebouwen betekent wel grotere afstanden voor de veelal oudere gemeenteleden. Daarom moet ook nagedacht worden over het aanbieden van vieringen zo dicht mogelijk bij de mensen. Te denken valt aan vieringen in flatgebouwen, verzorgings- en verpleeghuizen enz.. Uiteraard heeft dat gevolgen voor de personele bezetting van de gemeente. Naast voorgangers in de kerken zijn er ook voorgangers nodig voor de vieringen in de wijken, huizen, enz..

Tot zo ver een overzicht van de inhoud van het rapport dat ter bespreking bij de kerkenraden ligt. Veel wordt genoemd. Dat is nodig omwille van de toekomst van de gemeente. Uw meedenken wordt zeer op prijs gesteld.

A. Polhuis Het rapport is geschreven door Gert de Jong, onderzoeker bij het instituut Kaski. Het onderzoek vindt plaats in opdracht van de Gereformeerde classis van Rotterdam.