Over de toekomst van de gemeente-2
In november vorig jaar werd er in Rotterdam een studiedag gewijd aan het Pastoraat Oude Wijken (POW). Dit type kerkelijk werk bestaat in Rotterdam nu meer dan 30 jaar. Het is oecumenisch van opzet. Besproken werd een rapport met de titel ‘Betekenisvol pastoraat’. In dit rapport wordt het werk geëvalueerd. Het is de moeite waard om van het verslag van deze studiedag kennis te nemen. Hoewel we als Hervormd Zuid geen directe relatie hebben met dit werk, zijn de zaken die aan de orde kwamen ook voor ons van belang. Daarbij komt dat er ook in Zuid een POW-project is, het Welkomcentrum in de Put.
In dit artikel ga ik met name in op de opmerkingen die gemaakt zijn over de toekomst van de kerk en de gemeente in de stad. Geconstateerd wordt dat door het verval van de gemeenten in de stad het ‘traditionele’ kerkelijke pastoraat en het oude wijken pastoraat naar elkaar toegroeien. Kerken moeten dat ook willen omdat zo wordt in het rapport gesteld het ‘zinvolle van de POW-organisatie vooral gezien wordt in: … het innovatieve karakter van het werk: financieel investeert de kerk in haar toekomst, door methoden te ontwikkelen die passen bij haar toekomstperspectief’. Deze beoordeling wordt als conclusie getrokken op grond van de evaluatie van het werk.
Het is ontegenzeggelijk waar dat het POW belangrijk werk verricht, zowel naar buurtbewoners als naar kerken. Kerken hebben nog veel te leren van de in het POW ontwikkelde presentie-praktijk en presentie-theorie. Toch is de bovengenoemde conclusie mij iets te snel getrokken. Op drie punten zou ik de evaluatie van het werk, juist met het oog op de toekomst van de kerk in de stad, willen aanscherpen. het werk zelf
In het evaluatierapport worden de doelen van het POW genoemd en de methoden om die doelen te realiseren. Het gaat er kort gezegd om sociaal zwakkere mensen hun waardigheid terug te geven door de kwaliteit van hun leven te verbeteren. Verder wordt genoemd het versterken van de cohesie in de wijken door het ontwikkelen van sociale netwerken, waarbij speciale aandacht gegeven wordt aan de verbondenheid tussen mensen met een andere gelovige achtergrond. De methode om deze doelen te bereiken is de reeds eerder genoemde presentietheorie.
Nu zou je in een evaluatierapport verwachten dat nagegaan wordt of deze doelen ook daadwerkelijk gehaald worden. Zo’n effectmeting ontbreekt evenwel in het rapport. In plaats daarvan wordt aan de betrokken pastores gevraagd hoe zij hun werk beoordelen. Niet zo verwonderlijk is het dan dat zij aangeven dat het POW zijn doelen haalt. Zij kunnen niet anders. Het rechtvaardigt hun ongetwijfeld grote inzet in de wijken.
Voor de beoordeling of dit werk investering van de kerk in haar toekomst is, is zo’n effectmeting noodzakelijk. Dan wordt zichtbaar of de doelen gehaald worden en wat het feitelijke bereik van dit werk is. Dan kan ook beoordeeld worden of de financiering van het werk met het oog op de toekomst van de kerk kerkelijk verantwoord is. toekomst van de kerk
Het POW is opgekomen in de jaren zeventig. Een sterk accent valt op de aandacht voor sociaal zwakkeren. Inmiddels is de situatie in de stad en zeker in de kerk in de stad sterk veranderd. Een omgevingsanalyse ontbreekt in het evaluatierapport. Daardoor worden de vragen waar de kerk in de stad nu voor staat niet verkend, noch de vragen van ‘de’ stad aan de kerk. Dat lijkt mij een tekort van de evaluatie. Ik duid slechts aan.
Ik zal niet ontkennen dat aandacht voor sociaal zwakkeren een blijvende opdracht voor de kerk is. Toch is het de vraag of dat het toekomstperspectief van de kerk is. Willen we een kerk met dit profiel of gaat het om een kerk die de stedelijke samenleving in al zijn geledingen aanspreekt?
Als kerk staan we in de stad voor geweldige vragen. Het lukt ons maar slecht grote groepen van de bevolking te bereiken. Als we daar niet in slagen, is er menselijker wijs gesproken geen toekomst meer voor ‘onze’ kerk in de stad. Ligt daar op dit moment niet de grote uitdaging van de kerk? Is het POW op die vragen een antwoord? Ontstaat er wel een kerk door het werk van het POW?
Het rapport is daar duidelijk over. In de doelstellingen van het POW komt de kerk niet voor. Het is wijkopbouw en geen kerkopbouw. Het doel is niet, om het rapport te citeren, om kerk te planten. Ook al zijn er vieringen, het behoort niet tot het centrale doel van het werk.
Is dat met het oog op de huidige situatie van de kerk in de stad het enige toekomstperspectief of is nu een bredere aanpak geboden? het evangelie
Opvallend is dat in de evaluatie en in de andere toespraken die tijdens de evaluatiedag gehouden zijn nergens het evangelie genoemd wordt. De naam van Christus komt in het stuk nauwelijks voor. Dat maakt mij voorzichtig. In een evaluatie van kerkelijk werk mag toch op z’n minst de poging gedaan worden dit te meten aan het getuigenis van Oude en Nieuwe Testament. Ook in de theoretische doordenking van de presentietheorie komt deze verantwoording maar zijdelings aan de orde. Laat ik ook nu een voorbeeld geven.
In de evaluatie wordt wel over God gesproken. Het komt er op neer dat God gezocht wordt in de verhalen van de mensen, met name dan in de verhalen van de gemarginaliseerden van onze samenleving. De POW-pastor is op zoek naar God, de Stem in het gebeuren. In het alledaagse wordt God gezocht. Bij die zoektocht is Schrift en Traditie een hulpmiddel.
De vraag is of God zich op deze wijze laat vinden. Ja god misschien wel, maar spreken we dan nog wel over de God zoals die zich in Oude Testament en Nieuwe Testament in Jezus Christus openbaart? Is kerk niet altijd weer ontstaan op het moment dat mensen in Jezus het verheugende bericht verstonden dat in Hem de vreemde God hen wilde ontmoeten? Dat maakt mij voorzichtig het POW als toekomstperspectief voor de kerk te verstaan. Ik ben er niet zo zeker van hoe dit werk vanuit deze ontmoeting ontstaat en weer tot deze God leidt. Daarop zou het werk toch ook geëvalueerd moeten worden. Het zijn vragen die we niet mogen ontlopen, omwille van de toekomst van de kerk.
A. Polhuis
Hervormd Zuid, 2002, nr. 5
