Psalm 132
Centraal in deze psalm is de bede aan de heer gericht om op te trekken naar zijn rustplaats(vers 8). Een bede in diepe ootmoed uitgesproken. David heeft in menselijke inspanning er alles aan gedaan om de Heer een woonplaats te bereiden. Toch is niet de garantie dat de Heer er ook woont. Met al onze heiligdommen kan de wereld nog leeg zijn en het verlangen groot dat Hij er woont.
Heeft het dan geen zin op aarde te werken aan plaatsen waar de Heer kan wonen; waar gerechtigheid heerst en brood gedeeld wordt? Davids pogingen worden niet veroordeeld. Integendeel! Zijn inspanning wordt juist als aansporing aan de Heer gehoord zich aan Zijn belofte te houden. David werkt omdat hij de belofte van de Heer gehoord heeft en omdat hij werkt, wordt de Heer opgeroepen zich aan Zijn belofte te houden.
Blijft het onzeker of de Heer zich een woonplaats op aarde verschaft? Als christenen belijden we de Messias als Zijn woonplaats. Jezus heeft er alles aan gedaan een woning voor de machtige van Jakob te zijn. Wie dat weet, juicht van vreugde en zingt opnieuw deze psalm van verlangen. Trek op naar Uw rustplaats, Heer. Wees alles in allen. Daarnaar verlangen wij. Daaraan werken wij.
ds A. Polhuis
