Beleidsnotitie 4
[Om te downloaden: beleidsnotitie-4.PDF of Beleidsnotitie-4.doc.]
Proces tot op heden
In de vergadering van oktober 2005 besloot de Algemene Kerkenraad het volgende:
- voor de toekomstige inrichting van de gemeente werkgroepen samen te stellen om drie profielen uit te werken, die ieder het gehele oppervlak van de gemeente beslaan
- te kiezen voor de volgende profielen ter uitwerking: Gereformeerde Bond, Confessioneel, ‘Open kerkelijk’ profiel
- aan de profielen een ‘extra’ toe te voegen, dat door het profiel ten dienste van de hele gemeente uitgewerkt en uitgevoerd wordt (bijv. toerusting, evangelisatie, apostolaat, jeugdwerk)
- in nauwe samenwerking met de Gereformeerde kerken te zoeken naar mogelijkheden of een kerkelijke presentie, met name gericht op eredienst en pastoraat in de wijken ter aanvulling op de profielen mogelijk is
In de maart vergadering van 2006 zijn de rapportages van twee profielwerkgroepen gepresenteerd: de werkgroep ‘Open kerk’ en de werkgroep ‘Evangelisatie/confessioneel’. Het profiel Gereformeerde Bond had reeds eerder de kenmerken van het profiel omschreven.
Uit deze rapportages blijkt het volgende:
De profielwerkgroep Evangelisatie/Confessioneel ziet kansen om in de nabije toekomst een dergelijk profiel te ontwikkelen. Daartoe is de steun ingeroepen van de IZB.
De profielwerkgroep Open kerk ziet ook mogelijkheden een profiel te ontwikkelen, maar pleit voor een profiel met twee brandpunten. Voornaamste argument is dat dit profiel in vergelijking met de beide andere geen mentaliteitsprofiel is, maar een territoriaal bepaald. om recht te doen aan de omvang van het gebied wordt voorgesteld te aanvankelijke verdeling van drie predikanten over de drie profielen te wijzigen. De werkgroep pleit voor anderhalve predikant voor het Open kerk profiel en een halve predikant voor het Evangelisatie/Confessionele profiel.
Ter vergadering lag ook een brief van de wijkgemeente Vreewijk. In deze brief wordt verslag uitgebracht van het gesprek dat de wijkgemeente voert met de Gereformeerde kerk van Vreewijk. Inzet van dat gesprek is het vormen van een ‘oecumenisch’ profiel. De gesprekken hebben nog niet tot concreet resultaat geleid, hoewel zij positief verlopen. Vooralsnog kan de wijkkerkenraad zich goed vinden in de rapportage van het Open kerkelijk profiel.
Op basis van de rapportages is het moderamen van de Algemene Kerkenraad van oordeel dat de weg vrij is om tot nadere besluitvorming ten aanzien van de profielen te komen. In principe kunnen daarbij de in het besluit van oktober 2005 genoemde profielen het uitgangspunt zijn.
In het besluit van oktober 2005 worden ook de ‘extra’s’ genoemd die aan de profielen toegevoegd kunnen worden. Uit de rapportages en het gesprek in de Algemene Kerkenraad blijkt dat ten aanzien van dit punt nog veel onduidelijkheid is. Niet helder is of het ‘extra’ nog boven op de nu in de profielen ontwikkelde richtingen komt. Of is het scherpere profiel reeds het extra. Er wordt op aangedrongen over de extra’s te besluiten op basis van het door de profielen vastgestelde beleid en de in de centrale gemeente levende behoefte. Daarbij komt de door vrijwel ieder uitgesproken wens om de profielen zoveel mogelijk alle door de kerkorde aangewezen taken te laten uitvoeren.
Het moderamen van de Algemene Kerkenraad volgt in deze de wens van de vergadering en de profielwerkgroepen. Besluitvorming over de ‘extra’s‘ zal aan de orde komen zijn op het moment dat de profielen hun beleid vastgesteld hebben.
Als laatste wordt in het besluit van oktober 2005 de samenwerking met de Gereformeerde Kerken genoemd. Gezocht moet worden of en in aanvulling op de profielen samen met de Gereformeerde Kerken in de wijken eredienst en pastoraat mogelijk is.
Sinds oktober is er in PPZ verband intensief overleg geweest met 5 Gereformeerde Kerken op het grondgebied van de Hervormde gemeente. De stand van zaken is op dit moment zo dat 4 van de 5 Gereformeerde Kerken inmiddels uitgesproken hebben het gesprek met de Hervormde gemeente over de vorming van één Protestantse gemeente van Rotterdam-Zuid te willen voortzetten. Eén Gereformeerde kerk voert daarover op dit moment intern nog intensief overleg.
In het overleg is de vorming van de profielen regelmatig aan de orde geweest. Men begrijpt dat de Hervormde gemeente deze weg gaat. Tegelijk roept het het gevoel op dat de Gereformeerde kerken niet anders kunnen dan zich er bij aansluiten. Dat roept vragen op. Hoe verhoudt zich deze ontwikkeling met de ontstane en groeiende ontwikkeling in de wijken?
Een ander ernstig punt in de gesprekken zijn de beheerszaken. Met name de gereformeerde kerkrentmeesters hebben vragen hoe het beheer in een Protestantse gemeente geregeld gaat worden.
Het moderamen van de Algemene Kerkenraad is van oordeel dat ten aanzien van dit punt in de besluitvorming er nog onvoldoende helderheid is. Tegelijk is het ook waar dat het gesprek zover gevorderd is, dat deze ontwikkeling voor de hervormde gemeente bij het besluit over de toekomstige inrichting van de gemeente een belangrijk gegeven is.
Een besluit over de profielen heeft effect voor vrijwel elke Gereformeerde kerk. Vier van de vijf werken in verschillende vormen samen met de hervormde wijkgemeenten. Het gevolg van de keuze voor de profielen betekent dat de hervormde wijkgemeenten verdwijnen. Het effect van een dergelijk besluit is dat het gesprek met de Gereformeerde Kerken bemoeilijkt wordt.
Dit alles overziend geeft het moderamen van de Algemene Kerkenraad de Algemene Kerkenraad en de wijkkerkenraden in overweging een tussenstap in de besluitvorming in te voegen.
Een dergelijke tussenstap is er op gericht om de samenwerking met de Gereformeerde Kerken met name op wijkniveau te versterken . Indien die fase succesvol afgerond kan worden, vindt nadere besluitvorming in de dan ontstane Algemene Kerkenraad plaats over de profielen.
Uiteraard moet de voorgestelde besluitvorming ook voldoen aan de voorwaarden die binnen de Hervormde gemeente noodzakelijk vervuld moeten worden om uiterlijk in 2010 een balans tussen inkomsten uit levend geld en de uitgaven te hebben (zie besluit oktober 2005).
Daarnaast zal in het voorstel rekening gehouden moeten worden met een aanzienlijke teruggang van het kader in de gemeente; de ouderlingen, diakenen, kerkrentmeesters en andere functies.
In het hiernavolgende wordt een voorstel uitgewerkt voor de besluitvorming binnen de Hervormde gemeente. Daartoe is het nodig de contouren te schetsen van een mogelijke inrichting van de Protestantse gemeente waaraan op dit moment door de Gereformeerde Kerken en de Hervormde gemeente gewerkt wordt.
Mogelijke inrichting Protestantse gemeente van Rotterdam-Zuid
- De Protestantse gemeente wordt opgedeeld in vier wijkgemeenten, die ieder een eigen kleur hebben
- Iedere wijkgemeente heeft een eigen kerkgebouw waar mogelijk en nodig aangevuld met een één dependance
- Iedere wijkgemeente heeft in ieder geval één predikant waar mogelijk en nodig aangevuld met één kerkelijk werker
Mogelijke uitwerking van het voorstel tot inrichting van de Protestantse gemeente
a. wijkgemeenten
Er worden vier wijkgemeenten gevormd, die territoriaal bepaald zijn. Bij de vorming van de wijkgemeenten wordt de profilering zoals die in de profielwerkgroepen uitgewerkt is verwerkt.
- Zuid-west - Charlois/Pendrecht (Herv. en Gereformeerd)
- Zuid-midden- Zuidwijk/Vreewijk (Herv. en Gereformeerd)
- Zuid-oost - Lombardijen (Herv. en Gereformeerd)
- Zuid-noord - Maranatha (Herv.)
b. kleur van de wijkgemeenten
- Zuid-west - Citypastoraat - links confessioneel
- Zuid-midden- gericht op de wijk - oecumenisch
- Zuid-oost - evangelisatorisch - rechts confessioneel
- Zuid-noord - - Gereformeerde bond
c. predikanten
Naar verwachting kan de Hervormde gemeente in het komende decennium maximaal 3 predikanten financieren. Nader bepaald moet worden hoeveel formatie de Gereformeerde Kerken per wijkgemeente kunnen financieren.
d. kerkelijk werkers
Op dit moment werken aan Hervormde kant .. kerkelijk werkers. In de Gereformeerde Kerken werken er in wisselend percentage fte 2 werkers (Pendrecht en Zuidwijk)
e. gebouwen
Een Protestantse gemeente met vier wijkgemeenten, ingericht zoals hierboven beschreven, zou een volgende verdeling van de gebouwen kunnen hebben. Daarbij is rekening gehouden met een evenwichtige verdeling over Hervormde en Gereformeerde gebouwen. De situatie in Zuid-oost is nog onvoldoende uitgekristalliseerd om nu reeds een keuze voor te stellen.
- centrale kerkgebouwen
Zuid-noord Maranathakerk
Zuid-west Oude kerk
Zuid-midden Breeplein
Zuid-oost Petrakerk/Johanneskerk
- dependances
Zuid-noord geen
Zuid-west Open Hof (in sterk afgeslankte vorm)
Zuid-midden Credokerk
Zuid-oost geen
De hervormde besluitvorming
Hierboven zijn de mogelijke contouren van de Protestantse gemeente geschetst. Bij de voorstellen voor besluitvorming binnen de hervormde gemeente is daarmee rekening gehouden. Bij de besluitvorming wordt getracht de vorming van de Protestantse gemeente niet te belemmeren, maar te stimuleren.
a. inrichting van de gemeente
Voorgesteld wordt om vier wijkgemeenten in te richten zoals die hierboven benoemd zijn. Daarbij wordt de profilering van de beoogde wijkgemeente aangehouden bij het beroepen van predikanten of benoemen van kerkelijk medewerkers.
b. predikanten
Voorgesteld wordt aan de wijkgemeenten in totaal 3 predikanten te verbinden. In vergelijking met de huidige situatie betekent dit een vermindering van ongeveer 50%. Dit percentage wordt aangehouden bij de verdeling over de ‘nieuwe’ wijkgemeenten. Uitzondering is de Gereformeerde Bondsgemeente Zuid-noord. Bij deze verdeling wordt conform de besluitvorming van oktober 2005 uitgegaan van de inkomsten uit levend geld (zie verder punt f en g). De verdeling ziet er dan als volgt uit.
Zuid-noord één predikantsplaats
Zuid-west één predikantsplaats (was twee predikantsplaatsen)
Zuid-midden halve predikantsplaats (was één predikantsplaats)
Zuid-west halve predikantsplaats (was één predikantsplaats)
c. kerkelijk medewerkers
In principe krijgen Zuid-west, Zuid-midden en Zuid-oost formatie uren kerkelijk medewerker. Om hoeveel uren het per wijkgemeente gaat wordt nog nader bepaald, afhankelijk van de financiële ruimte.
d. gebouwen
Als kerkgebouwen worden gehandhaafd de Oude Kerk te Charlois en de Maranathakerk.
De Open Hof kan als dependance van de Oude kerk gehandhaafd blijven, mits de bijgebouwen voor de gemeente geen extra kosten opbrengen, cq verhuurd of verkocht worden.
In Vreewijk blijft de nieuwe Vredeskerk gehandhaafd tot binnen de Protestantse gemeente een wijkgemeente Zuid-midden gevormd wordt.
In Lombardijen wordt onderzocht of er gezamenlijk een kerkgebouw in gebruik kan worden genomen.
Afgestoten worden de Julianakerk en de Morgensterkerk.
e. Heijplaat
Door de ligging neemt Heijplaat een bijzondere positie in. Tegelijk moet onderkend worden dat de gemeente op Heijplaat slinkt en de kritische ondergrens van 20 kerkgangers nadert. Voorgesteld wordt om na verkoop van de Julianakerk het aanwezige Jeugdgebouw voor nog vijf jaar als Julianakapel in gebruik te nemen. De kapel dient dan als dependance binnen de wijkgemeente Zuid-west.
f. interne financiering
Bij de voorstellen voor besluitvorming is uitgegaan van de inkomsten uit levend geld (zie besluit Algemene Kerkenraad, oktober 2005). Dit betekent dat iedere wijkgemeente zelf in principe uit de bijdragen de kosten van de hierboven voorgestelde formatieplaatsen en gebouwen dient te op te brengen. Deze formatie wordt voor tien jaar gegarandeerd. Uit het thans bestaande Solidariteitsfonds wordt in de gegarandeerde periode van tien jaar het eventueel ontstane tekort van de wijkgemeenten op de gegarandeerde formatie aangevuld.
Daarnaast moet er nog een besluit genomen over de middelen die vrijkomen door de verkoop van de kerkgebouwen. Deze opbrengsten worden, na aftrek van een nader te bepalen percentage, ondergebracht in een voor de betreffende wijkgemeente geoormerkt fonds. De aftrek dient om het Solidariteitsfonds aan te vullen. De wijkgemeente kan een beroep doen op dit fonds om extra formatie. Die extra formatie is bestemd voor nadere profilering van de wijkgemeente. Het gaat dan met name om activiteiten ter versteviging van de positie van de wijkgemeente en gericht op de toekomst. De beoordeling daarvan ligt bij het College van kerkrentmeesters en de Algemene Kerkenraad.
Als derde wordt getracht het huidige ‘vermogen’ van de Hervormde gemeente gedurende 10 jaar op peil te houden. Op die manier blijft er de mogelijkheid voor een komende generatie voor de dan geldende situatie nieuw beleid te maken.
g. externe financiering
De wijkgemeente kunnen ondersteund door de Algemene Kerkenraad, extern werven. Hoe geprofileerder des te meer kans op het slagen daarvan.
h. terminering
De genoemde voorstellen beogen een zodanige besluitvorming die de vorming van een Protestantse gemeente niet in de weg staan. Daarbij wordt verondersteld dat zo’n gemeente ook gevormd zal worden. Conform de besluitvorming is dat 1 januari 2007.
Indien onverhoopt een Protestantse gemeente niet tot stand komt, zal de hier voorgestelde inrichting opnieuw geëvalueerd worden. Bij die evaluatie wordt het model van de drie profielen opnieuw betrokken.
Procedure
Aan de wijkgemeenten wordt gevraagd de voorstellen te bespreken. Daarbij ligt het voor de hand de bespreking gezamenlijk te doen plaatsvinden met de wijkgemeenten die met elkaar een nieuwe wijkgemeente gaan vormen. Ook verdient het sterk aanbeveling het gesprek gezamenlijk met de partner Gereformeerde kerken te voeren. Het grote voordeel daarvan is dat de vorming van een Protestantse gemeente door samenwerking van onderop tot stand komt. Die samenwerking is er op verschillende plaatsen.
De wijkgemeenten rapporteren in de Algemene Kerkenraad vergadering van september 2006. Dan wordt definitief besloten welk model voor de toekomstige inrichting van de gemeente uitgewerkt wordt.
De finale besluitvorming vindt plaats in de november vergadering 2006 van de Algemene Kerkenraad.
Daarna zal door het moderamen van de Algemene Kerkenraad een implementatienota geschreven worden.
Dit besluitvoorstel zal ook worden toegezonden aan de Gereformeerde Kerken. Het zal door het moderamen in het PPZ worden toegelicht.
Rotterdam, april 2006
