Psalm 133
Het is wel van belang om te weten over wie in de psalm gesproken wordt. Zijn het broeders van elkaar, die vreedzaam met elkaar wonen? Dat is belangrijk, maar niet uitzonderlijk. In je broeder of zuster herken je nu eenmaal de bloedband die je met elkaar verbindt, ook al kan die band knellend zijn. Of zijn het mensen die in beginsel vijanden zijn, die nu als broeders bij een wonen? Dat maakt de psalm spannender.
Het beeld dat de psalm schetst is mooi, maar als we eerlijk zijn, te idyllisch in onze ogen. Ja zo zouden wij het wel willen hebben, maar de werkelijkheid is aanzienlijk rauwer. Wie vijand is, wordt maar zelden vriend. Tegenstellingen kunnen wel tijdelijk bedenkt worden, maar nooit helemaal. De recente geschiedenis van Europa levert daar voorbeelden van.
Toch zingen we deze psalm en niet als naïevelingen. We hebben het goede samenwonen als broeders gezien. Die broederschap werd niet door ons gesticht. Hij kwam tot stand door het wonen van Jezus Christus als broeder van ons in ons midden. De vijandschap werd van God uit overwonnen. De tussenmuur werd weggebroken. Daarheen zijn wij op weg, zingen we als pelgrims. Dat is het perspectief waarin wij leven.
ds A. Polhuis
