Psalm 80
De toorn Gods komt in ons moderne woordenboek van geloven niet voor. Bij een God die boos is, kunnen we ons weinig voorstellen. Toch geeft deze psalm iets weer van de tijdgeest. God is afwezig. Zijn kerk is voor de vijanden van Hem object van spot, of nog erger een oninteressante groep mensen, die doodgezwegen kan worden.
Voor de psalmist is de afwezigheid van God een teken van Zijn toorn. Hij voelt zich niet meer thuis. In woord en daad van hen die Hem zeggen te eren, voelt Hij zich niet herkend. Hij wendt zich daarvan in toorn af. Hij wil daar niets mee te maken hebben. Wanneer met dit handelen van zijn volgelingen de spot gedreven wordt, kunnen we dat als uitdrukking van Zijn toorn verstaan. Dat is beter dan de ‘spotters’ (juridisch) te vervolgen.
De psalmist roept God aan. Hij bidt om te herleven. Hij ziet zijn dwaling in. Hij herkent hoe doods het is wanneer God afwezig is. De toorn van God heeft hem opnieuw bepaald bij Zijn Bevrijder. Alleen bij Hem is er toekomst en leven dat toekomst in zich heeft. Anders dan andere psalmen klinkt de verhoring van het gebed niet in de psalm. Het blijft bij roepen en hopen. Dat maakt de psalm zo actueel.
