Psalm 136
In de opbouw van de psalm schuilt een gevaar. Het lijkt er op dat de lof van God afgelezen wordt aan de natuur en de geschiedenis van Israël. Wie de grote natuur ziet, moet God wel loven. Wat zijn wij nietig en Hij groot. Er moet toch een intelligente ontwerper zijn van dit heelal? Die ontwerper kennen wij en noemen wij God. Zijn naam loven wij. En is zijn trouw ook niet af te lezen uit de geschiedenis van het volk Israël?
Het is een verleidelijke uitleg, maar zo is het niet. Ik zou het accent in de psalm leggen bij het telkens terugkerende refrein: eeuwig duurt Zin trouw. Om die reden loven wij Hem. Jij is trouw aan zichzelf en trouw aan ons. Dat leren we niet uit de natuur en de geschiedenis. Dat wordt ons verkondigd door profeten en apostelen en uiteindelijk door Hemzelf aan ons gezegd. Het geloof is er niet door wat wij zien, maar is alleen uit het gehoor.
Wie gehoord heeft van Zijn trouw die eeuwig is, ziet met andere ogen naar de dingen om zich heen. Die ziet de wereld als plaats die door deze God bestemd is voor de mens om er in vrede en voorspoed te leven. Die ziet in de geschiedenis van dat nietige volkje Israël de weg die deze trouwe God met ons allen wil gaan en gaat. Hij is geen God op afstand. Hij is een God die de voorwaarden om te leven schept en zich voor dat leven in eigen persoon inzet. Daarom is Hij goed. Looft Hem!
ds A. Polhuis
