Website At Polhuis


Kroniek april 2007

Het belangrijkste nieuws voor Pendrecht van de afgelopen weken is ongetwijfeld de plaatsing op de lijst van minister Vogelaar van ´probleemwijken´ geweest. Bewoners zullen daar niet direct wakker van liggen. Bestuurders raken er wel opgewonden over. Het betekent immers vele miljoenen extra te besteden. Zelf ben ik wat sceptisch geworden over al deze plannen. In de jaren dat ik in Rotterdam meeloop heb ik al verschillende plannen meegemaakt om de situatie in probleemwijken op te lossen. Van Achterstandsbeleid, Probleemcumulatiegebiedenbeleid nu de prachtwijken. Maar goed, scepsis hoort niet de leidraad van handelen te zijn. Belangrijker is het dat bewoners meepraten over de besteding van de vele miljoenen. In ieder geval moeten zij, jong en oud, iets aan deze extra (financiële) impuls hebben.

In het denken over wijken als Pendrecht wordt op dit moment als oplossing voor de ontstane problemen dikwijls gekozen voor een fysieke aanpak van de wijk. Dat wil zeggen sloop en duurdere nieuwbouw. Veel van het geld dat beschikbaar komt, zal daar dan ook wel heengaan. Ik wil bij het maken van de plannen pleiten voor aandacht voor de buurtsamenleving, de sociale samenhang in de buurt. Die ontstaat niet vanzelf door in de buurt nieuwe huizen te bouwen.

In een krantenartikel van een paar jaar geleden analyseert de filosood Ad Verbrugge wat er mis is in de buurtsamenleving. Hij mist de wederzijdse betrokkenheid op elkaar. Een veelzeggend citaat: ´In het integratiedebat zijn ´taal´ en ´hoofddoekjes´ grote kwesties. Dat is veelzeggend. We willen met die ander kunnen praten. We voelen ons ontkend als hij of zij de taal niet spreekt. Want dan kunnen we ons letterlijk niet meer met elkaar verstaan. En waarom liggen die hoofddoekjes zo gevoelig? Juist omdat ze symbool kunnen worden voor een afgesloten wereld, voor afzondering.´ Verbrugge noemt een belangrijk punt. In de wijken zijn er geen plaatsen meer waar bewoners elkaar werkelijk ontmoeten, of om in zijn taal te blijven, elkaar groeten. Groeten is dan meer dan elkaar gedag zeggen. In een groet stel je zelf open voor de ander. ´Je hoopt´, aldus Verbrugge, ´dat die ander jou belangrijk genoeg vindt om te reageren, dat je jezelf terugkrijgt´.

Deze ontmoetingen ontstaan niet vanzelf. Daar moet aan gewerkt worden. In het verleden hebben buurt en clubhuizen, sportverenigingen en kerken daarin een belangrijke rol gespeeld. Het zijn juist de instellingen die de afgelopen decennia zware klappen gekregen hebben. Het effect van het wegvallen of verzwakken van deze instituten voor de buurtsamenleving mag niet onderschat worden.

Verbrugge pleit voor het terugbrengen van voorzieningen in de buurten waar buurtbewoners elkaar kunnen ontmoeten. Dat pleidooi roep ik in herinnering nu gesproken moet worden over de extra investering in Pendrecht die door de Vogelaar lijst mogelijk wordt. Het zou goed zijn als er in Pendrecht een plaats komt waar bewoners elkaar groeten in de betekenis die Verbrugge er aan geeft. Dat is een pleidooi voor een goed en modern buurthuis, waar programma´s met en voor bewoners van de wijk, jong en oud, allochtoon en autochtoon, gelovig en ongelovig ontwikkeld worden; programma´s gericht op de ontmoeting tussen beiden; programma´s waarin we leren elkaar te groeten.

At Polhuis