Website At Polhuis


Psalm 140

Het struikelblok in deze psalm is de inhoud van de verzen 10-12. In de vorm van een gebed wordt om de ondergaan van de vijanden gevraagd. De gebruikte woordkeus laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Het gaat dus niet alleen om het bewaren van de van de vervolgden. Daar kunnen we mee leven, maar dat dat tegelijk het einde van de macht van de boze, ja van de boze zelf betekent, stuit ons toch tegen de borst. Dat past niet erg in het godsbeeld dat wij hebben. In onze tijd beseffen we weer hoe gevaarlijk dit soort verzen kunnen zijn. Als God toch de boze treft, waarom zullen we dan niet een handje helpen?

Toch is naast redding oordeel een kernwoord in het evangelie. De psalmist bidt om zijn redding en met hem om de redding van allen die door de geweldenaar bedreigd worden. Die redding is er, maar gaat samen met het oordeel over de geweldenaar. Het een niet zonder het ander. In Jezus Christus komen de lijnen samen. Als één van de schurken draagt Hij het oordeel, ter linker- en rechterzijde worden zijn lotgenoten gekruisigd. Zijn kruis is het teken dat Gods vijanden vergaan. In dat gericht gaat Hij niet verloren. De plannen van de schurken worden doorkruist. In volle glorie staat Hij op. De rechtvaardige wordt gered.

De psalm spoort ons aan niet zelf conclusies te trekken of daden te stellen. Wie dat doet, hoort voordat hij het zelf weet tot de vijanden Gods. Gelovig mogen we ons richten op Jezus Christus, in wie het oordeel en de redding voltrokken is. Dat oordeel is eenmalig, definitief en volledig. Daar hoeven we niets aan toe te voegen. Wie dat gelovig belijdt, weet dat aan de zwakken en de armen recht gedaan is en wordt. Daarvan mogen we in alle bescheidenheid tekenen oprichten. Daar hebben we onze handen meer dan vol aan.

ds A. Polhuis