Kroniek (september 2007)
Een paar jaar geleden ontmoette ik haar. Een Antilliaanse vrouw die zich vrijwillig inzette voor kinderen uit haar buurt. Eerst ving zij ze bij haar thuis op. Daarna kreeg zij een slooppandje aan de Oldegaarde. Ik ben onder de indruk van haar inzet. Onlangs liep ik haar op de Kerkwervesingel tegen het lijf. Voordat ik iets kon vragen barstte zij al los. Nadat zij het slooppandje had moeten verlaten, had zij geen andere ruimte gekregen om haar activiteiten voort te zetten. Het ging haar aan het hart, dat ze nu niets kon doen. Meer dan vage toezeggingen had zij niet gekregen. Of ik niet wat kon doen, vroeg ze. Ik moest haar teleurstellen.
Even later liep ik op het Plein. In de ruimte naast de Aldi is een theater voor de buurt verschenen. Daar tegenover wordt een winkel als theaterwinkel gebruikt. Het ziet er mooi uit. Vooral het theater is een aanwinst. De lege ruimte naast de Aldi was, met een korte onderbreking, een onaangename, lelijke plek.
Het buurttheater heeft in korte tijd veel van de grond gekregen. De serie ´Monologen´ is een groter succes geworden dan aanvankelijk gedacht. Met vertrouwen mag naar het vervolg uit gezien worden. Ik gun het theater dan ook deze prominente plaats op het Plein.
Toch blijf ik met een vraag zitten. De ruimte van het buurttheater is eigendom van de Aldi. Het kan zijn, dat de situatie veranderd is, maar de huur voor deze ruimte was niet gering. Het buurttheater is wel succesvol, maar het lijkt mij sterk dat er voldoende inkomsten zijn om de huur van deze ruimte en die van de theaterwinkel te kunnen betalen. Er zal dus subsidie gegeven zijn. Nogmaals terecht. In betrekkelijk korte tijd is dat geregeld.
Als dat mogelijk is, waarom is het dan niet mogelijk om iets dergelijks voor het kinderwerk van mijn Antilliaanse relatie te regelen? Zij vraagt minder ruimte en het hoeft ook niet op zo´n prominente plaats te zijn. Dezelfde krachten die zich voor het buurttheater ingespannen hebben, kunnen zich toch ook voor haar inspannen? De impact van haar werk is zeker niet minder dan die van het toneelproject. Daar komt nog bij dat het hier om een een actieve buurtbewoner gaat en niet om professionele werkers.
Op dit soort buurtbewoners en activiteiten moeten we in Pendrecht zuinig zijn. Daarom voer ik vanaf deze plaats een dringend pleidooi om ruimte voor haar en haar activiteiten. Er is in Pendrecht ruimte genoeg die leeg staat en die prima voor haar werk geschikt is. Daarom Deelgemeente, Pendrecht zet door, WOM en anderen pak deze uitdaging op. Zorg dat zij voor het eind van het jaar een geschikte ruimte heeft.
At Polhuis
