Psalm 141
De psalm is een gebed van iemand die onder een geweldige spanning staat. In beeldrijke taal wordt zijn situatie getekend. Hij is met zijn medegelovigen als een verslagen leger uiteen geslagen, op de rand van de dood. Het eind is in zicht. Veel tijd is er niet meer voordat hij bezwijkt. Hij zoekt zijn heil bij de Heer. Ja juist daardoor is hij in deze benarde positie gekomen. Nu heeft hij zijn hulp nodig, maar dan moet de Heer zich wel haasten, anders is het te laat. Dan breekt zijn verzet.
De inhoud van zijn gebed is opmerkelijk. De druk waaronder de psalmist staat, wordt er door verhelderd. Zet een wacht voor mijn mond. Het duurt niet lang meer of ik betaal degenen die mij bedreigen met gelijke munt. Dan vergeld ik kwaad met kwaad. Dan word ik gelijk aan hen. Behoed mij daarvoor, bidt de palmist. Als dat niet gebeurt, is alles voor niets geweest. Dan is er geen God en kan ik net zo goed mee doen met de overvloed van mijn belagers.
Zo kan de psalm gelezen worden als een voorbeeld van gelovig handelen. De gemeente bestrijdt noch bekeert de ander. De gemeente voert de strijd om niet met de logica van de wereld mee te gaan. Er wordt niet om wraak geroepen, maar woorden van deernis worden gesproken. Dat is makkelijk gezegd, maar in de praktijk een zware opgave. De psalmist bezwijkt er bijna onder. Haast U God en kom mij te hulp. En wij? Hoe staat het met ons? Laat mij niet eten van hun overvloed. De psalm geeft stof tot nadenken.
ds A. Polhuis
