Psalm 146
Hoe mooi in deze psalm ook over de schepping als daad van God gezongen wordt, toch neemt dat de moeite met deze psalm niet weg. Was het maar dat onze ogen de heilzame inzet van de Heer voor heel zijn schepping zagen. Was het maar waar dat de luister van Zijn koningschap ons zo openbaar is, dat daardoor spontaan dit loflied opklinkt. Wat dan worden voor onze ogen de verdrukten recht verschaft en krijgen de hongerigen brood.
Zelf kom ik er met deze psalm alleen maar uit als ik in de Vader van Jezus Christus de Schepper leer kennen. Als Vader van Jezus Christus is Hij de Schepper en niet omgekeerd. Dit betekent dat in Jezus Christus de kennis van zijn schepping openbaar wordt. Dan wordt zichtbaar waarom de schepping goed genoemd wordt, ja zeer goed. Jezus Christus openbaart de ontferming van God de schepper over zijn schepselen, over ons. In Jezus Christus wordt openbaar waartoe wij geschapen zijn, wat de zin van de schepping is. Die zin ligt bij Hem en niet bij ons stervelingen.
Deze zin van de schepping zien we niet. Deze wordt ons in het geloof gezegd. Wie dat hoort, kijkt met andere ogen naar wat om hem/haar heen is. Want wat over de schepping gezegd wordt, gaat wel degelijk over wat wij om ons heen zien. Dan bezien we met verwachting onszelf. Dan kan de Heer een leven lang geloofd worden. Dan verheugen we ons over elke daad, waarin de gebogene opgericht wordt. Hoe nietig ook zo´n goede daad is niet tevergeefs gedaan. Zo´n daad heeft eeuwigheidswaarde!
ds A. Polhuis
