Website At Polhuis


Psalm 149

Voor wie niet nauwkeurig leest, is dit een uiterst gevaarlijke psalm. De geschiedenis laat het tot op de dag van vandaag zien. Met een lofzang in de mond trekken de gelovigen ten strijde. Religieus bepaalde conflicten zijn vaak de meest bloedige en hardnekkige. De psalm lijkt er een alibi voor te geven. In vers 6 wordt de gelovige zo getekend: een lofzang van God uit hun kelen en met een tweesnijdend zwaard in hun hand. De verzen die volgen, laten zien wat dat betekent.

Over de getrouwen wordt in de psalm op een bepaalde manier gesproken. Wie dat uit het oog verliest, gaat de mist in. Zeker, de getrouwen zijn de gelovigen. Het zijn de mensen die in de Heer hun maker herkend hebben. Daarom loven zij Hem. In het 4e vers wordt er iets aan toegevoegd. De gelovigen zijn de vernederden. Vernederd door de wereld, maar boven al vernederd door God. Staande voor Hem belijden zij hun nederige staat. Niet wij, maar U de eer!

Aan deze vernederde gelovigen is de toekomst. Zij hebben het tweesnijdende zwaard in hun handen als teken daarvan. Wie dat tot zich laat doordringen, ziet het in onze ogen ridicule er van. Nog sterker wordt dat als we beseffen dat met de vernederde gelovigen in de eerst plaats het volk Israƫl bedoeld wordt. Slaan zij de koningen in de boeien? Binden zij de leiders der volken met ketenen? Toch is precies dat wat hen beloofd wordt. Het recht van de Heer zal voltrokken worden. Wie dat als vernederde weet, kan alleen maar zeggen: halleluja.

ds A. Polhuis