Psalm 61
Voor wie bescherming zoekt tegen gevaar is een hoge plaats een veilige plaats. Zo’n plaats biedt bescherming tegen wassend water, maar ook tegen een oprukkende vijand. Niet voor niets zijn burchten in het verleden en heden vaak op hoge plaatsen gebouwd.
In deze psalm wordt een beeld gebruikt, dat naar deze veilige plaatsen verwijst. Aan God vraagt de psalmist hem naar een rots te leiden, die hem te hoog zou zijn. Uit zichzelf kan hij om zich te beschermen naar een hoge rots komen. Dan voelt hij zich nog niet veilig. Dat gebeurt pas als God hem brengt naar een rots, die voor hem en ook voor anderen te hoog is. God brengt hem in veiligheid. Bij Hem is hij geborgen.
Talloos zijn onze pogingen in onze wereld onze posities veilig te stellen. Het is nooit genoeg. Het moet steeds, vaak letterlijk, hoger. Nergens is het echt veilig. Waarom niet met de psalmist dit gebed mee bidden: leid mij op een rots die mij te hoog zou zijn?
