Website At Polhuis


Kroniek februari 2006

Vier jaar geleden was de verkiezing van de gemeenteraad in Rotterdam het onontkoombare signaal dat er in de samenleving in de jaren er voor iets grondig was fout gegaan. De vertrouwenskloof tussen bewoners en de politiek werd zichtbaar. Die kloof was er al veel langer, maar kon nu niet meer ontkend worden. Voor het ontstaan van die kloof werd in de stad vooral de PvdA verantwoordelijk gehouden. Uiting van de woede daarover werd Leefbaar Rotterdam onder leiding van Fortuyn.

Het bestaan van zo’n kloof is voor een democratische samenleving een groot gevaar. Daarom was het goed dat Fortuyn de poging aandurfde die kloof te noemen en aankondigde die te willen dichten. Zo kwam het verborgen politieke debat in de wijken weer terug in de raadszaal op de Coolsingel. Nog voordat het daar begon, was Fortuyn uitgeschakeld.

We zijn vier jaar verder en maken de balans op in de aanloop naar de komende gemeenteraadsverkiezingen. Is de kloof gedicht? Dat te veel gevraagd. Wat in decennia is fout gegroeid, is niet in vier jaar te herstellen. Toch zijn er pogingen gedaan. De één geslaagder, dan de ander. De PvdA liet in Charlois zien dat zij van de situatie wilde leren. Vaak kwam zij daardoor met haar voorstellen dicht in de buurt van Leefbaar. Leefbaar heeft in het politieke debat gemerkt dat de samenleving niet zo maar te veranderen is. Wat met vallen en opstaan is geprobeerd, is om begrip te vragen voor die groepen in de stad die in de verscheidenheid aan culturen, religies en etnische groepen nauwelijks nog gehoord werden. Dat waren en zijn bewoners van wijken als Crooswijk en Pendrecht. Om de balans weer te vinden, moeten er kritische noten gekraakt worden. Dat is niet altijd prettig voor hen die daardoor een stap terug moeten. Het is ook niet prettig voor hen die bewust niet bij de stad wilden horen. Zich buiten de samenleving plaatsen werd niet langer meer getolereerd.

Ik zal zeker niet alles voor mijn rekening nemen wat er door vertegenwoordigers van Leefbaar de laatste jaren allemaal geroepen is. Toch gaat het mij veel te ver hen te verwijten de stedelijkheid te hebben aangetast. Dat zou dan gebeurt zijn door kanslozen, daklozen, hoeren, niet aangepaste moslims enz. een plaats in de stad te ontzeggen. Met allerlei trucs worden zij de stad uitgewerkt. Er is toegegeven aan de onderbuikgevoelens van burgers die verwend geraakt zijn, klagen en zeuren. Er is gekozen voor een politiek waarin ‘eigen volk eerst’ de grondtoon is. Daardoor zijn we op weg naar een stad waarover een gevangenissysteem als kaasstolp is heen gezet.. Het staat allemaal te lezen in een evaluatie van de afgelopen vier jaar, die door Hans Visser aan predikanten is toegestuurd. Het nauwelijks verkapte stemadvies is duidelijk.

Bij de woede van Visser kan ik mij wel iets voorstellen, maar het beeld van de stad waar hij naar toe wil, verontrust mij. Het lijkt mij veel te veel op de stad waarin nu juist die geweldige kloof tussen de politiek en bewoners ontstond. Die achtergrond komt dan ook in het hele requisitoir van Visser niet meer voor. De verontruste Crooswijkers en Pendrechtenaren worden weggezet als verwende burgers. Alle pogingen hen weer bij de stad te betrekken verdacht gemaakt als racistische politiek. Ik ben het daar hartgrondig mee oneens.

In de wijk zijn de effecten van de nieuwe aanpak voorzichtig merkbaar. De inzet van vier jaar geleden lijkt mij daarom nog altijd actueel. De kloof is nog lang niet gedicht. Er is nog geen reden voor een radicale koerswijziging. Daarom is het goed als er uit de kerken ook andere geluiden klinken dan dat van Visser alleen.

At Polhuis