Kroniek januari 2004
Midden in de verkiezingsstrijd voor de Tweede Kamer kwam Wouter Bos naar Pendrecht. Daar beloofde hij terug te komen als de verkiezingen voorbij waren. Hij hield zijn belofte. Precies een jaar later was hij er weer. Dat moet gewaardeerd worden. In zijn kielzog waren er nog al wat partijleden meegekomen, bestuurders, fractieleden van de gemeenteraad en deelgemeente. Bewoners waren er ook, maar aanzienlijk minder dan de eerste keer. Ik zit er bij en luister. Ik betrap mij er op dat ik mijn aandacht maar moeilijk bij het gesprek kan houden. Dat komt niet omdat er niet zo heel veel nieuws gezegd wordt. Ik voel een licht onbehagelijk gevoel opkomen. Naarmate de avond voortduurt, neemt dat toe. Ik kom er niet goed achter waar dat gevoel vandaan komt. Met een onbevredigd gevoel ga ik naar huis.
We zijn inmiddels een paar weken verder. Het beschreven gevoel is niet weggegaan. Het is eerder sterker geworden. Langzaam wordt mij duidelijk wat mij dwars zat en zit. Het is de lucht en leegte. Ik heb die avond niet gehoord waar de PvdA nu eigenlijk voor staat. Wat voor visie zij op de stad heeft. Het is over veel zaken gegaan, maar het kader waarbinnen naar oplossingen gezocht wordt, is mij niet helder. Is dat erg? Ja dat is erg!
Het begint al bij de inleiding van Bos. Hij wil horen wat er sinds zijn laatste bezoek goed gegaan is. Dat zet de toon. Zelf rapporteert hij wat hij sinds zijn laatste bezoek gedaan heeft. Helaas niet veel, maar dat komt omdat niet hij maar Balkenende aan de macht is. De eerste reactie uit de zaal is direct raak. Had er dan wat aan gedaan toen jullie aan de macht waren. Dat zijn jullie lang genoeg geweest. Ai, dat doet pijn. De spreker wordt de mond gesnoerd. Aan dit soort bijdragen hebben we op dit moment geen behoefte. Het gaat om de dingen die goed gaan.
Uit ervaring weet ik dat de frustratie in de wijk diep is. Deze spreker is zeker de enige niet. Hij sprak namens zeer vele wijkbewoners en juist hij kreeg niet de ruimte. Dat zou niet zo erg zijn als uit de reactie van Bos bleek dat de frustratie gepeild en er lering uit getrokken was. Dat gebeurt niet. Daar praten we niet meer over. We gaan het van af nu helemaal anders doen. Dat is het parool.
Dat stoorde mij die avond. Met zo’n reactie bezweer je de frustratie, maar neem je haar niet weg. Dat kan alleen door het pijnlijke proces de confrontatie met de frustratie aan te gaan. Hoe is die frustratie ontstaan? We hebben niet geluisterd. Ja maar hoe komt het dan dat er niet goed geluisterd is? Wat heeft het verhinderd om decennia lang de geluiden uit de wijken te negeren? Toch niet alleen de onwil om te luisteren. Het is wel degelijk gehoord maar er is niets mee gedaan? Wat hebben we veranderd om dat niet nog eens te laten gebeuren?
Dan worden er vragen gesteld naar de visie op de stad die heersend was. Waar wordt die gecorrigeerd? Welk mensbeeld zat er eigenlijk achter de politiek van de PvdA de afgelopen jaren? Was dat niet veel te optimistisch? Wat betekent het als dat aangepast wordt? Moet het wel aangepast worden? Is door onze gedachten over het maatschappelijke middenveld dat middenveld de afgelopen decennia niet ernstig verzwakt? Wat hebben we daar dan van geleerd? Is de rol van het gezin wel door ons op de juiste waarde geschat? Zo zijn er nog vele vragen te stellen. Ik heb er Wouter Bos met geen woord over horen spreken.
Zonder die analyse ben ik er niet gerust op of bewoners van Pendrecht en andere wijken er echt wat aan hebben. Wordt de oude, verzuurde wijn niet in nieuwe zakken gedaan? Voor het oog is dat wel aardig, maar echt veranderd is er niets. Of is het nog erger? Er zijn wel nieuwe zakken, maar zonder inhoud. Bos moet nog een lange weg gaan voordat het vertrouwen in de wijk terug is.
At Polhuis
