Website At Polhuis


Psalm 81

Wanneer de psalmist een taal hoort die hij niet kent, gaat het niet om een vreemde, buitenlandse taal. De taal is vreemd door de dingen die hij hoort; uit mensenmond nooit gehoorde dingen. In een wereld die door slavernij en onmenselijkheid gekenmerkt wordt, hoort hij een stem in het gebeuren die van bevrijding en menselijkheid spreekt. God heeft ons gezegd nooit gehoorde dingen. Het gaat er om dat deze Stem gehoord wordt. Dat gaat voorop.

De oproep naar deze stem te horen, betekent voor ons er naar te luisteren. Het is evenwel zo vreemd wat we te horen krijgen, dat luisteren niet vanzelf spreekt. Is het wel waar wat er gezegd wordt? Is de Bevrijder/God wel in staat zich aan zijn woord te houden? Is de barre werkelijkheid van alledag niet veel sterker?  Wat voor zin heeft het naar deze stem te luisteren?

In de psalm overweegt God bij zichzelf ons onvermogen om te luisteren. Dan krijgt de psalm een onverwachte wending. God schrijft het volk omwille van het niet luisteren niet af. Hij blijft hartstochtelijk hopen dat zij en wij Zijn stem in het gebeuren zullen horen en er naar luisteren. Hij blijft hopen dat op aarde de jubel opklinkt omdat de vijanden en haters van de menselijkheid verslagen zijn. Precies dat kenmerkt de gemeente van deze Heer.