Website At Polhuis


Kroniek april 2004

Bij mijn kennismakingsronde nu vier jaar geleden hoorde ik vele malen het verhaal van dr Hefting. Vanaf het ontstaan van de wijk was hij huisarts in de wijk. Vele bewoners raakten met hem vergroeid. Hij was al overleden toen ik kwam. Na zijn overlijden is het met de praktijk door persoonlijke dramatische omstandigheden niet meer goed gekomen. De voormalige praktijkwoning staat er verlaten bij. Wat gebleven is, is de herinnering aan deze huisarts. In het geheugen van de vooral oudere wijkbewoners is hij het type huisarts, dat zij wensen. Betrokken, iemand waarbij zij altijd terecht konden; hij stond voor zijn patiënten.

Ik moest daaraan denken bij een heftige vergadering die ik onlangs in de wijk meemaakte. Het ging over het gezondheidscentrum dat moet komen. Daarover wordt nu bijna een jaar gesproken. Zo af en toe worden bewoners over de voortgang geïnformeerd. Tijdens die vergadering gaat het mis. Er ontstaat een harde confrontatie tussen de degene die het gezondheidscentrum van de grond probeert te trekken en een bewoner van de wijk. Het is de klassieke botsing tussen verstand en gevoel. Ik zit er bij en voel me ongemakkelijk. Ik snap de beroepskracht, maar heb begrip voor de bewoner.

Wat in rapporten gemeld wordt, is in Pendrecht dagelijkse praktijk. De basis gezondheidszorg is bedreigd en dat in een wijk waarin vele ouderen wonen. Ik hoor regelmatig de onrust daarover tijdens gesprekken met bewoners. Behalve de vroegere praktijk van Hefting zijn nog twee praktijken zonder vaste huisarts. Ook daar werkten artsen die al lang in Pendrecht actief waren. Ze zijn weg en er komen ook geen huisartsen meer voor terug. Die kans is er alleen als er in de wijk een sterk en modern uitgerust gezondheidscentrum komt. Dat wordt ons als bewoners door de deskundigen verteld. Alle betrokken partijen beloven plechtig hun medewerking.

Het lijkt goed te gaan. Binnen een paar maanden concludeert een onderzoeksbureau dat een gezondheidscentrum financieel haalbaar is. Ook is er overeenstemming tussen de verschillende partijen. Het komt er nu op aan dat deze overeenstemming in contracten vastgelegd wordt. Daarvoor komt een ander bureau. Al de eerste vergadering met de nieuwe coördinator gaat het mis. Hij meldt dat er geen sprake is van overeenstemming. Financieel moet er nog zeer veel geregeld worden. Het kan nog misgaan, maar hij heeft er vertrouwen in. Dan begint er een maandenlang proces van onderhandelen. Steeds horen bewoners dat het wel goed komt, maar tot op heden is er nog niets definitief.

Ondertussen meldt één van de artsen die tijdelijk één van de praktijken waarneemt, dat hij wel wil blijven., maar dan als vrijgevestigde arts. ‘Binnen is binnen’ denk je dan als wijkbewoner. ‘Als dat gebeurt, kunnen we het gezondheidscentrum wel vergeten’, denkt de coördinator. Ik raak er door in verwarring.

Mijn gedachten gaan uit naar een gemeentelid dat ik onlangs bezocht. In tranen vertelde zij dat de huisarts na het overlijden van haar man zomaar even langs was geweest. Het duurde niet lang hoor, vertelt zij, misschien maar 5 minuten. Het had haar goed gedaan. Het moet een huisarts in de geest van Hefting zijn. Hij is inmiddels ook de wijk weer uit. Ik weet wel zeker dat het haar volstrekt niet interesseert of deze arts nu vrijgevestigd is of deel uitmaakt van een gezondheidscentrum. Het was een goede arts voor haar op dat moment.

Daar gaat het natuurlijk om. Dat er zulke artsen in Pendrecht komen, of daar een gezondheidscentrum voor nodig is, is van minder belang. Dat probeerde de boze bewoner in de vergadering namens zeer vele bewoners duidelijk te maken.

At Polhuis