Kroniek oktober 2004
De Middelharnissstraat begint al aardig leeg te raken. In de Dinteloordstraat komen de eerste huizen leeg te staan. Nog even en dan begint ook in Pendrecht-Zuid de renovatie van de wijk zichtbaar te worden. De Middelharnisstraat blijft als een van de weinige straten voor een groot deel in tact. De Dinteloordstraat wordt gesloopt. Dat lot wacht bijna alle straten aan de zuidkant.
Opvallend is dat deze enorme operatie weinig reacties van bewoners oproept. Dat was in de jaren 70 en 80 toen ik in Crooswijk werkte wel anders. Toen waren bewoners actie betrokken bij de stadsvernieuwing. In Pendrecht merk je daar maar weinig van. Dat zal zeker te maken hebben met de onvrede van de bewoners op het moment dat de plannen gemaakt werden. Dat is inmiddels al weer vele jaren geleden. Velen hadden het gevoel dat de wijk verloederde. Er moest iets gebeuren. Slopen werd het parool en terug bouwen van nieuwe, duurdere huizen. Op die manier hoopt de (deel)gemeente en de Nieuwe Unie andere bewoners naar Pendrecht toe te trekken.
De plannen werden gemaakt in tijden van hoogconjunctuur. Er zouden steeds meer mensen komen die zich een duurder huis konden veroorloven. Dat tij is verlopen. Er zijn vele rapporten die wijzen op het ontstaan van een nieuwe woningnood, met name over de laagst betaalden. Daarnaast was er kritiek op het grootschalige slopen. Waarom is het nodig de stedebouwkundige structuur van een wijk als Pendrecht zo drastische aan te pakken?
De kritiek kreeg de afgelopen weken een stevige impuls door een rapport van de TU Delft. Daarin wordt forse kritiek geleverd op de huidige sloopplannen. Wat we in de wijk al dachten wordt in het rapport bevestigd. De sloopplannen zullen leiden tot een forse afname van goedkope woningen en daardoor een oplopend woningtekort in de sociale huursector veroorzaken. In gewone woorden: woningnood voor gezinnen met lage inkomens.
Het is een interessant rapport. De opmerking die mij het meest getroffen heeft, wil ik aan u doorgeven. In het onderzoek is nagegaan waarom door corporaties tot sloop besloten wordt. Het lijkt er op – en zo wordt het ook vaak verkocht – dat kenmerken van de woning daarvoor de doorslag geven. Oude en slechte woningen bijvoorbeeld. Ook wordt als argument vaak genoemd de woningmarkt. Er is geen vraag meer naar deze relatief kleine woningen. Het zijn allemaal argumenten die ik de laatste jaren ook van de zijde van de Nieuwe Unie en de Deelgemeente gehoord heb. Het rapport rekent daarmee af. Of er gesloopt wordt of gerenoveerd hangt af van de corporaties zelf. In dezelfde situatie kan de ene corporatie tot sloop over gaan, terwijl de andere juist renoveert. En voegt het rapport er aan toe: door de verzelfstandiging van de sociale huursector is de publieke en democratische controle op de sloopplannen beperkt. Met andere woorden, corporaties kunnen hun plannen doorzetten of bewoners daarin nu wel of niet betrokken zijn.
Maar er is toch controle door de deelgemeente, zult u zeggen? Dat dacht ik ook. De onderzoekers laten zien dat ook overheden belangen hebben bij grootschalige sloop en nieuwbouw.
Wie het rapport leest, wrijft zijn ogen uit. Het maakt duidelijk dat bewoners, die toch de direct betrokkenen zijn, eigenlijk in het hele spel niet voorkomen. Geen wonder dat ze niet, net als in de jaren 60 en 70, actief betrokken zijn. Er wordt hen niet echt iets gevraagd, alleen maar medegedeeld.
Het zou goed zijn als dit rapport in Pendrecht door velen gelezen en besproken wordt. Het is nog niet te laat. De sloopplannen kunnen nog aangepast worden. Het rapport voorspelt dat ook. Van de huidige sloopplannen zal een groot deel in de komende jaren aangepast worden. Niet door verzet van bewoners, maar door het veranderde economische tijd. Cynisch maar waar. Om die ontwikkeling te stimuleren, is groeiende verzet van bewoners een goede bijdrage.
At Polhuis
