Kroniek januari 2003
Opeens ontspon zich een uitgebeid debat. Ik ben bij een vergadering van de bewonersorganisatie. De voorzitter had de vergadering gevraagd hoe de voorlichtingsbijeenkomst op het Plein door ieder ervaren was. Ieder was positief totdat zij haar eigen mening gaf. Wat was haar opgevallen? Tijdens de afsluitende discussie bleek dat de meeste reacties kwamen van mensen die klachten hadden over de overlast in de wijk. Op de plannen voor sloop en renovatie werd nauwelijks gereageerd, terwijl het daar toch over ging. Zijn de bewoners wel echt geïnteresseerd in die plannen? Dat was de vraag die de discussie aanwakkerde. Hoe komt het toch dat er sprake is van een zekere gelatenheid, terwijl de plannen zo ingrijpend zijn? Ieder had daar wel een mening over. Het komt door de onverschilligheid van de bewoners meende de één. Nee, het is juist de aanpak van de Nieuw Unie die tot desinteresse leidt, meende een ander. Het is omdat bewoners tevreden zijn met hun woning en niet snappen en ook niet geloven dat deze gesloopt moet worden.
Zijn mensen onverschillig over de woning waarin zij wonen. De mensen die ik ken, zijn dat in ieder geval niet. Integendeel, het gaat hen zeer aan het hart dat de woningen waarin zij vaak meer dan 30 jaar wonen verwaarloosd worden. Ze willen niets liever dan een ‘nette’ wijk waarin het goed wonen is. Waarom dan toch zo weinig belangstelling voor het proces dat op dit moment in de wijk op gang komt? Zou dat komen omdat bewoners het geloof in een verandering verloren zijn? Ik hoor nog al eens ‘het gaat toch gewoon door’. Achter die uitspraak gaat een diepe frustratie schuil. Mensen hebben het gevoel dat zij de greep op wat er gebeurt kwijt zijn. Dat geldt voor de overlast in de buurt, maar ook voor de plannen die gemaakt worden. Of wij nu wel of niet mee doen, de plannen van de Nieuw Unie en de gemeente gaan toch wel door. Of wij nu vóór of tegen sloop of renovatie zijn, wat doet het er toe. Wij doen er het beste aan op tijd een goed heenkomen te vinden. Wat zal ik mij nog druk maken om de wijk.
Het is het gevoel dat er machten en krachten aan het werk zijn die sterker zijn dan individuen. De tekst van Paulus dringt zich op. We hebben te worstelen tegen de machten, de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Een Christen kenmerkt zich door het taai volgehouden verzet daartegen. Bestaan ze dan toch deze machten? Die vraag zit nog in mijn hoofd als ik een paar dagen later in een winkel door iemand aangesproken wordt. Even daarvoor hadden we de voortgang van de bouw van de Humanitasflat besproken. Dan opeens vraagt mijn gesprekspartner mij of ik werkelijk geloof dat alle bouwactiviteit in Pendrecht in het belang van de bewoners is. Nog voordat ik kan antwoorden, gaat hij verder. Het is het belang van de corporaties en de gemeente. Zij moeten dit soort projecten wel doen om te kunnen overleven. Op die manier halen zij grote subsidies binnen bij de Europese commissie. Of wij het nu wel of niet goed vinden, het maakt allemaal niet uit. Ik ben sprakeloos en perplex.
Ik kan de waarheid van zijn bewering niet natrekken. De vraag naar de machten die regeren zonder dat wij er grip op hebben, wordt door zijn opmerking wel aangewakkerd.
In een lezing wijst Prof. S. van Wijnbergen de machten aan. Hij analyseert de ontwikkelingen in de volkshuisvesting. Je wrijft je ogen uit. Door de privatisering van ook deze sector moeten ook de corporaties de markt op. Dan zie je wat er overal gebeurt. Niet de publieke taken hebben dan het laatste woord, maar het eigen bedrijfsbelang. De sociale woningbouw wordt de dupe. Duurdere nieuwbouw is dan veel aantrekkelijker. Is dat niet precies wat er ook in Pendrecht gebeurt? Als dat zo is, kan ik mij desinteresse van bewoners wel voorstellen. Wat kan daar nu tegen gedaan worden? Toch is het begin van weerbaarheid de machten bij hun naam te noemen. Ik ben wel benieuwd hoe dat met de Nieuwe Unie zit en wat nog belangrijker is of een politiek debat hierover op gang komt. De sociale woningbouw loopt gevaar. Dat kan politieke partijen niet onberoerd laten. Waren het immers niet hun voorgangers die zich ingespannen hebben wijken als Pendrecht te bouwen?
At Polhuis
