Website At Polhuis


Kroniek februari 2003

Zonder enige twijfel is de dood van Sedar Soarez de belangrijkste gebeurtenis in Pendrecht van de afgelopen weken. Op de avond van de stille toch ben ik voordat de stoet bij het metrostation aankwam naar de plaats gelopen waar hij neergeschoten werd. Op die plaats een bloemenzee met kaarsjes, in het midden een foto met een open, onschuldige jongenskop. Ik zie de stoet aankomen. Zeer veel ‘zwarte’ bewoners, maar ook opvallend veel ‘witte’. Het verdriet wordt breed gevoeld. Wie kan onbewogen blijven als de diepbedroefde familie voorbij komt? Er is geen enkele rechtvaardiging denkbaar voor deze daad van geweld.

Van verschillende kanten werd na de schietpartij gezegd dat het om een incident ging. Dat is zeker waar. Niemand is die morgen opgestaan met de gedachte om die dag Sedar neer te schieten. In dat opzicht is het een incident. Toch weet ik er niet of deze gebeurtenis afdoende met deze interpretatie verklaard is. Ik ben er niet zo zeker van of dit een incident was. Er zal gezocht moeten worden naar de diepere oorzaken ervan. Hoe kon het gebeuren dat deze reactie op een ogenschijnlijk onschuldig tijdverdrijf volgde? Hoe is de grimmige sfeer ontstaan waarin het geweld kon plaatsvinden? Waardoor is er een klimaat ontstaan, waarin deze dingen kunnen gebeuren? Ik zei net dat er voor deze daad van geweld geen enkele rechtvaardiging denkbaar is. Dat blijft overeind. Dat ontslaat ons evenwel niet van de verplichting te zoeken naar mogelijke oorzaken. Ons wil dan in dit verband zeggen de Nederlandse samenleving, maar ook de migrantensamenleving. Ieder zal bij zichzelf te rade moeten gaan. Als dat niet gebeurt, ben ik bang dat het niet bij dit ene incident blijft.

Meer dan eens heb ik de afgelopen jaren verhalen gehoord over de moeite die witte Pendrechtenaren hebben met de spelende jeugd op straat. Ik ben mij bewust dat het om overwegend oudere mensen gaat. De tolerantie voor jongeren en het daarbij horende kattenkwaad is lager dan bij jongeren. Opvallend in deze verhalen was het gebrek aan begrip dat men met name van de ouders kreeg. Als er opmerkingen gemaakt werden, was de kans groot dat er zonder mankeren partij gekozen werd voor het eigen kind, sterker de klager kon het gevoel krijgen nu bedreigd te worden door de ouders.

Ik noem dit voorbeeld omdat ik denk dat het tekenend is. In de kern wordt aangegeven wat er op dit moment, veelal onderhuids, gaande is. In onze samenleving zijn er grote groepen die niet of nauwelijks met elkaar communiceren. Dat is nog tot daar aan toe. Erger wordt het als groepen elkaar als tegenstander of nog erger als vijand gaan zien. Met vijanden spreek je niet, van hen neem je niets aan, die bestrijd je. Dat is gaande. De scheidslijn is voor een groot deel etnisch en religieus bepaald. Aan weerzijden van deze grenslijn neem ik een verharding van standpunten waar.

Zelf heb ik jarenlang met Migranten gewerkt. Maten uit die tijd worden nu ‘bounties’ genoemd. Wel behorend tot de migrantensamenleving, maar in feite overgelopen naar het kamp van de vijand: de ‘witten’. Voor de normen en waarden van deze ‘witten’ heb je minachting. Voor wit en zwart kan bijna ook christelijk of islamitisch ingevuld worden.

Nu zal ik niet ontkennen dat de achterstand van vele migranten te maken heeft met de positie van de blanke bevolking. Toch gaat het mij te ver als dat telkens als argument gebruikt wordt om de schuld van ontwikkelingen niet bij zichzelf te zoeken. Als dat niet doorbroken wordt vrees ik voor nog meer incidenten zoals de afgelopen weken in Pendrecht. De scheidslijn die door onze (buurt)samenleving moet doorbroken worden. Daarvoor moeten ‘witten’ zich inspannen, maar ook ‘zwarten’. De samenleving is wit noch zwart, zij is van ons allemaal!

At Polhuis