Website At Polhuis


Kroniek mei 2003

Een paar jaar geleden las ik kort na elkaar twee boeken waarin vrouwen vertellen over hun leven in de Joodse en Islamitische wereld. Schokkende verhalen zijn het, omdat beide vrouwen ondragelijk geleden hebben. De psychische terreur van mannen had heb bijna gebroken. Slechts met grote moeite hadden zij zich er aan kunnen onttrekken. Het meest schokkende van deze verhalen vond ik de vanzelfsprekendheid. Er was eigenlijk geen sprake van mannen als fielten. De meeste mannen die beschreven werden waren op zich voorkomend en soms zelfs ronduit onbeholpen. Het schokkende zat hem vooral in de vanzelfsprekendheid van het systeem. De wereld die de vrouwen beschreven, was een door mannen bepaalde wereld. Opvattingen over vrouwen werden door mannen bepaald. Vrouwen dienden zich te gedragen zoals mannen dachten dat vrouwen zich moesten gedragen. Vrouwen zijn een kostbaar bezit van mannen. Zij zijn exclusief bezit van één man en dienen derhalve voor andere mannen weggehouden of op zijn minst onzichtbaar gemaakt te worden. Wee de vrouw die de begeerte van een andere man opwekt.

Deze boeken kwamen weer in mijn herinnering toen ik de krantenberichten las over de discussie over het dragen van de nikaab. Jonge meisjes, die hier opgegroeid zijn, tooien zich met deze alles verhullende dracht. Soms zie je ook in Pendrecht vrouwen in deze kledij lopen. Ik kan mij wel iets bij de beweegredenen van deze meisjes voor stellen. Jongens kunnen provoceren door zich luidruchtig te gedragen. Voor meisjes is dit een uitnemend middel. Het feit dat vrijwel alle media in Nederland er aandacht aan geschonken hebben, bewijst hun gelijk.

Ik blijf evenwel met de vraag zitten waar deze vorm van provocatie toe leidt. Wordt er niet een middel gebruikt dat direct verbonden is met de patriarchale structuren waarin vrouwen onderdrukt worden. Het kan toch niet zo zijn dat deze jonge vrouwen terug willen naar de wereld zoals die door hun zusters indringend beschreven is? Dat is toch niet de samenleving waar we naar toe moeten? Het middel dat zij gebruiken om te provoceren lijkt mij erger dan de kwaal waartegen zij protesteren.

Daarmee zeg ik niet dat onze wereld vrouwvriendelijk is. Er blijft in dat opzicht nog veel werk aan de winkel. Toch gaven de vrouwen wier boeken ik las er verre de voorkeur aan in deze wereld te leven. Vrouwen hebben er rechten en kunnen aangeven tot hoever zij willen gaan en het overgrote deel van de mannen heeft geleerd daar rekening mee te houden. Wie zich er niet aan houdt, loopt de kans gestraft te worden. Binnen deze regels kan het altijd weer spannende spel der seksen gespeeld worden. Daarvan kunnen beide partijen, ieder op eigen wijze, genieten.

In dit verband heb ik één reactie op het dragen van de nikaab node gemist. De reactie van (islamitische) mannen. Eén van de meisjes geeft als argument een nikaad te dragen het loeren van mannen. “Je kunt overal mannen tegenkomen”. Het is niet te ontkennen. De suggestie die daaruit spreekt, dient krachtig weersproken te worden. Alsof mannen er alleen op uit zijn weerloze vrouwen aan te randen of te verkrachten. Als het al zo zou zijn dan verstop je je toch niet. Dan dienen mannen aangesproken, weersproken en berecht te worden. Voor het merendeel van de mannen geldt dit niet. Er is wel degelijk geluisterd naar vrouwen, die hun relaas deden. Onze samenleving, hoewel niet ideaal, is er een bewijs van. Het dragen van een nikaab heeft dan ook niets met emancipatie te maken. Het is een terugval in patriarchale structuren. Het is ook een belediging voor mannen. Ik wil vrouwen niet in een door mij als man bepaald kader vastpinnen. Ik wil niet aangesproken worden als mogelijke rover en verkrachter. Ik hoop dat vele (islamitische) mannen dit protest met mij delen.

At Polhuis