Website At Polhuis


Kroniek september 2003

Onlangs werden in een vergadering van een commissie van de deelgemeente de Wijkanalyses van de deelgemeente Charlois besproken. Van te voren had ik de stukken ingezien. Interessante maar bovenal verontrustende cijfers. Ik besloot de vergadering bij te wonen om te horen wat de commissie en het Dagelijks bestuur er over te zeggen hadden. Enigszins onthutst kwam ik die avond thuis.

Sinds enige tijd waait er een andere politieke wind. Politici willen graag afgerekend worden op doelen die zij stellen. Dat moeten dan concrete en heldere doelen zijn en het liefst ook meetbaar. In dat kader wordt jaarlijks gemeten hoe burgers over hun wijk denken. Aan de uitkomst kan dan afgelezen worden of in welk opzicht de getroffen maatregelen gewerkt hebben en dus de doelen bereikt worden. In de vergadering ging het om de cijfers van 2002 vergeleken met die van 2001.

In de rapportage worden de deelgemeente en de wijken afzonderlijk op basis van het onderzoek ingedeeld in vijf categoriën: onveilige wijk, probleemwijk, bedreigde wijk, aandacht nodig, (redelijk) veilige wijk. De conclusie over heel Charlois laat aan duidelijkheid niets te wensen over. In 2001 ingedeeld in de categorie bedreigd, nu gezakt naar de categorie probleem. Pendrecht zit hoog in de categorie ‘probleemwijk’. Er hoeft nog maar weinig te gebeuren of het is een onveilige wijk. Heijplaat en Wielewaal worden op grond van de cijfers gerekend tot de (redelijk) veilige wijken.

Uit de rapportage zijn nog veel meer cijfers te halen. Het gaat mij evenwel om het totale beeld. Op basis van deze cijfers zou toch de conclusie getrokken mogen worden dat de inzet van deelgemeente, politie en corporaties maar weinig vruchten afwerpt. Als het zo blijft, zal dat toch consequenties hebben voor politici die op concrete doelen afgerekend willen worden. Daarom was ik benieuwd hoe zij op deze cijfers zouden reageren.

Tot mijn verrassing ontstaat er in de commissie een gesprek over de waarde van het onderzoek. De voorzitter van de deelgemeente, politiek verantwoordelijk voor het veiligheidsbeleid, geeft de aanzet. Hij kritiseert de manier waarop de cijfers tot stand zijn gekomen. Daarmee zaait hij twijfel over de waarde van dit soort onderzoeken. Vreemd vind ik dat, omdat dezelfde voorzitter in het voorwoord de veiligheidsindex nog een waardevol hulpmiddel genoemd heeft. De leden van de commissie laten het gebeuren en doen voor een deel zelfs mee.

Nu weet ik al vanaf de universiteit dat streekproeven altijd dit soort reacties krijgen. Vooral degenen voor wie de uitkomst niet welgevallig is, hebben kritiek op de onderzoekmethode. Inderdaad, geen enkele methode geeft honderd procent uitsluitsel. Onderzoeken geven wel een aanwijzing hoe er gedacht wordt. Nu kan het zijn dat grondige kritiek op de methode inderdaad gerechtvaardigd is. Als dat in dit geval zo was, had dat op z’n minst in het voorwoord moeten staan. Of het rapport had niet in het openbaar gebracht moeten worden. Dat alles is niet gebeurd. Dan mag ik als burger toch aannemen dat het min of meer betrouwbaar is.

Ik vind de reactie van de politici een verkeerd signaal. Zij zijn het zelf die ferm roepen op resultaten afgerekend te willen worden. Vermijdt dan ook de schijn om onder onwelgevallige cijfers uit te komen. Als dat gebeurt, lijkt het alsof de burger een sterk wapen in handen gekregen heeft om politici op hun daden te beoordelen. In de praktijk is dat middel waardeloos als men zich er op z’n makkelijke manier van afmaakt.

At Polhuis