Kroniek december 2003
In 1977 publiceerde de toenmalige wethouder Schmitz de nota ‘Migranten in Rotterdam’. Deze nota was opmerkelijk. In de nota werd voor het eerst door een bestuurder uitgesproken dat migranten in Nederland bleven. Dat betekende dat de overheid beleid moest gaan ontwikkelen voor de vestiging van de nieuwkomers. Nederland was niet langer een emigratieland, maar een immigratieland. Het duurde precies 5 jaar voordat ook de landelijke overheid dit inzicht overnam en het beleid bijstelde. Ik moest daar aan denken toen ik de reacties op de meest recente Rotterdamse voorstellen hoorde. Aan de ene kant herkenning, maar vooral werd er gewezen op de onmogelijkheid van de Rotterdamse voorstellen. Bestaande wetten, zelfs de grondwet werd in stelling gebracht. Het zal allemaal waar zijn, maar het lijkt mij waarschijnlijker dat over 5 jaar de Rotterdamse aanpak ook landelijk beleid geworden is. Wetten zijn dan aangepast.
Over de Rotterdamse plannen is veel te zeggen. Kritiek is mogelijk, maar toch kan ik niet meedoen in het koor dat de tegenpartij zingt. Van begin jaren 80 maak ik de ontwikkelingen in de wijken van Rotterdam mee. Telkens hoorde ik hetzelfde refrein. Er wordt niet naar ons geluisterd. Als er geklaagd werd, kwam het meermaals voor dat bewoners bestraffend toegesproken werden. In dit land werd er niet gediscrimineerd. Daarmee was voor politici en andere opinieleiders de kous af. Hooguit werd er nog wat extra geld toegezegd. Om het eens scherp te zeggen. Bewoners hebben hun wijken, buurten, straten en portieken zien verpauperen en verloederen als gevolg van dit in leidende kringen geldende anti-discriminatie standpunt. Bewoners kregen er geen greep op en keerden zich dan ook massaal af van ‘de’ politiek.
De Rotterdamse nota is in dat opzicht een trendbreuk. De geluiden uit de wijken worden in ieder geval serieus genomen. Getracht wordt in concreet beleid aan de bestaande frustratie tegemoet te komen. Frustratie die er overigens zowel bij ‘autochtone’ als ‘allochtone’ bewoners in gelijke mate is. Daarmee worden verwachtingen gewekt. Dat is juist. Als de Rotterdamse aanpak mislukt, zal de frustratie zich nog verdiepen. Ook dat is waar. Er staat dus veel op het spel.
Merkwaardig nu is dat dat door critici van de Rotterdamse voorstellen vooral het Rotterdamse gemeentebestuur verweten wordt. Het had nooit deze voorstellen mogen doen, omdat het weet dat ze niet haalbaar zijn. Het had meer voor de hand gelegen als de critici bij zichzelf te rade waren gegaan. Als zij opgestaan waren uit hun comfortabele positie waarin zij zich nu al jaren bevinden. Wat hebben zij meer te bieden dan het tot op de draad toe versleten discriminatie argument? Onder hun ogen is de situatie in de stad geworden zoals die nu is. Op de verantwoordelijkheid daarvoor mogen ze toch wel aangesproken worden? Het zou hen sieren als zij nu in reactie op de Rotterdamse plannen op z’n minst een toontje lager hadden gezongen. Laten ze met betere voorstellen komen. Dat wil zeggen met voorstellen die door blanke en zwarte bewoners van de wijken gedragen worden. Het anti-discriminatie argument kunnen we, sprekend namens vele wijkbewoners, niet meer horen. Wie dat nu nog hanteert maakt zich volstrekt ongeloofwaardig.
Nee, niet het Rotterdamse stadsbestuur laadt een zware verantwoordelijkheid op zich. Niet hij speelt hoog spel. Dat zijn vooral degenen die nu en in de komende tijd een eerlijk gesprek over deze voorstellen willen frustreren. Laten we die zaken vooral niet omdraaien.
At Polhuis
