Website At Polhuis


Kroniek februari 2002

Rijdend over de Zuid-Hollandse eilanden en door Zeeland mompel ik de namen, die voor mij de laatste jaren een bekende klank gekregen hebben. Kortgene, Sommelsdijk, Middelharnis, Tholen, Sint Annaland, Ooltgensplaat, Zijpe. Een vreemde gewaarwording is dat. Ik merk dat deze namen voor mij een heel andere betekenis gekregen hebben. Het zijn geen plaatsnamen, maar straten waar gezichten en geschiedenissen bij horen. Tegelijk besef ik mij hoe uitgebreid en ingrijpend de ramp in 1953 geweest is.

Een tijdje geleden sprak iemand haar verbazing er over uit dat de straten in Pendrecht verwezen naar deze ramp. ‘Naar zo iets vreselijks noem je toch geen straten in een wijk die nieuw is’, was haar mening. Haar opmerking verbaasde mij. Die tegenstelling was mij nooit opgevallen. Voor mij was het vanzelfsprekend dat bij het ontwerpen van de wijk in de jaren vijftig deze keus gemaakt was. Zou dat komen omdat ik zelf in tegenstelling tot mijn gesprekspartner een deel meegemaakt heb van die periode en mij ook de ramp in 1953 nog kan herinneren?

Rijdend door Zeeland realiseerde ik mij voor het eerst dat de ramp maar zo kort na het einde van de WOII plaatsvond. In mijn herinnering werd er nauwelijks over de oorlog, maar wel over de ramp gesproken. De ramp bood de gelegenheid het geknakte gevoel van eigenwaarde te herstellen. Met groot elan werden de plannen gemaakt en in korte tijd uitgevoerd om Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden veilig te maken. Nederland stelde weer iets voor. Waren we niet in staat geweest de Duitse vijand te verslaan, met het water lag dat anders. Dat konden we bedwingen en de wil op leggen. Aan de oorlog wilden we niet herinnerd worden, aan de Deltawerken des te meer. Daar waren en zijn we terecht trots op.

Iets van deze dubbelheid moet wel meegespeeld hebben bij de beslissing de straten van de wijk naar de dorpen in Zeeland en Zuid-Holland te vernoemen. Een herinnering aan deze vreselijke geschiedenis, maar tegelijk een nieuwe wijk als symbool van het nieuwe, herrijzende Nederland.

In de loop der jaren zijn de straten in zekere zin gaan lijken op de dorpen waarnaar zij vernoemd zijn. In publicaties wordt nog al eens gesproken over de vloed van migranten die over Nederland gekomen is. Nota’s hebben het over migrantenstromen waar tegen dijken of dammen opgeworpen moeten worden. Een gevaarlijk beeld is dat. Binnen de kortste keren zijn de migranten zoals het zeewater de vijand. Zij dienen dan buiten de deur gehouden te worden. Op die manier moeten we het beeld maar niet gebruiken. Beter is het te spreken over de vele problemen waarmee Pendrecht vooral in de laatste jaren overspoeld is. Terwijl bewoners dachten dat zij veilig waren, voltrok zich in een paar jaar een geweldige verandering. Vooral oudere bewoners hadden en hebben het gevoel dat zij er in ‘verdronken’.

In Zeeland ontstonden na 1953 de Deltawerken. Deze zijn ondertussen voltooid. Indrukwekkende bouwwerken zijn verrezen. De bewoners van de dorpen kunnen zich daarachter veilig voelen. Zo’n investering is ook nodig voor de bewoners van de straten die naar deze dorpen genoemd zijn. In Pendrecht zou een grootschalig project met de naam ‘Deltawerk’ niet misstaan. Een project gericht op de leefbaarheid in de buurt. Een begin van die grootscheepse aanpak zien we in de Herkingenbuurt. Andere delen van de wijk zullen volgen. Voor de bewoners zou het goed zijn als die plannen op een voor ieder bereikbare plaats in de wijk zichtbaar gemaakt worden. Dat kan het gevoel versterken dat er voor hen, net als indertijd voor de bewoners van de dorpen, gewerkt wordt aan een veilige leefomgeving, waarin het goed wonen is.

At Polhuis