Kroniek mei 2002
De afgelopen weken heb ik dikwijls aan een vrouw moeten denken die ik jaren terug in Crooswijk ontmoette. Zij kon ontzettend fel tekeer trekken tegen de ‘Coolsingel’. De problemen in de wijk waren vooral het gevolg van degenen die het daar voor het zeggen hadden. Zij heeft de omwenteling van de afgelopen weken niet meer meegemaakt. Op de Coolsingel is de PvdA uit het centrum van de macht gestoten. Hetzelfde gebeurde in het land. De jarenlange onvrede in de oude wijken kreeg stem en macht. Zal het nu beter worden voor Crooswijk en voor Pendrecht? Ook voor Pendrecht, want nog sneller dan Crooswijk veranderde Pendrecht. De onvrede is direct onder de oppervlakte van de wijk voelbaar.
Op die vraag durf ik niet zo maar een positief antwoord te geven. Alle colleges die ik in Rotterdam meegemaakt heb, waren van goede wil. Het is hen niet gelukt de onvrede weg te nemen. Waarom zal het nu dan wel lukken? Als ik dit zeg, is dat niet uit een soort rancune dat de PvdA weggestemd is. Er ligt iets anders aan ten grondslag.
De enorme verandering in de wijken heeft vooral te maken met de ongelijke verdeling in de wereld. Waarom anders is er een constante druk vanuit Latijns Amerika op Noord Amerika? Waarom anders een constante druk op de grenzen van Europa vanuit Afrika en Azië? Ieder die zegt voor het probleem van de migratie een oplossing te weten, wantrouw ik. Azielzoekers zullen er blijven komen, ook al zetten we een hek om Europa. Ik vind het zelfs gevaarlijk als gesuggereerd wordt dat er oplossingen zijn. Als na verloop van tijd blijkt dat de voorgestelde oplossing toch niet werkt, wordt de frustratie alleen maar groter. Waar die frustratie op uit kan lopen, weet niemand, maar gerust ben ik er niet op.
Het lijkt mij beter maar eerlijk toe te geven dat dit probleem met de huidige welvaartsverdeling in de wereld niet op te lossen is. Dat is de realiteit waarin wij leven en waarmee wij moeten leren leven. Betekent dat een oproep om je maar neer te leggen bij de gang van zaken? Geenszins!
Om die reden moest ik de afgelopen weken denken aan mijn ontmoeting in Crooswijk. Op haar manier heeft deze vrouw mij duidelijk gemaakt dat het probleem niet het komen van migranten is. Zij had te doen met deze - in haar woorden - stumpers. Op zoek naar werk en een beetje geluk waren zij terecht gekomen in omstandigheden die zij absoluut niet voorzien hadden en ook niet aan konden. Als zij opriep naar de ‘Coolsingel’ te gaan, was dat niet om politici op te roepen de komst van asielzoekers en migranten tegen te gaan. Waar zij de plaatselijke politici op aansprak was vooral hulp. Autochtone bewoners, maar ook allochtone – en graag niet te veel tegelijk - moesten geholpen worden een nieuwe vorm van samenleven te vinden.
Het maakt mij niet uit, zo zei zij mij eens, of mijn buren nu op hun knieën bidden of op hun hoofd, als ze maar wel op tijd hun vuilnis buiten zetten. Dat is de kern denk ik waar het om gaat. De onvrede is er niet om de migrant als zodanig, maar omdat elementaire regels in de omgang in het publieke terrein niet meer geleerd of gehandhaafd werden. Waarom wordt er niet veel strenger opgetreden tegen de rotzooi die op straat gezet wordt? Waarom laat de woningbouwvereniging toe dat huizen volstrekt uitgewoond worden? Het zijn voorbeelden die met andere aangevuld kunnen worden. Autochtone bewoners hebben lang geprobeerd de mores en zeden in de publieke omgang met elkaar aan nieuwkomers uit te leggen. Uiteindelijk hebben de meesten het maar opgegeven. Steun vanuit de politiek, de woningbouwcorporaties en laat ik eerlijk zijn ook kerken kwam niet of nauwelijks. Eerder het tegendeel. Bewoners moest geleerd worden dat hun normen en waarden Nederlandse en dus blanke normen en waarden zijn, die niet zo maar aan de nieuwkomers opgelegd konden worden. Wie dat deed, laadde op zijn minst de verdenking van racisme op zich.
Verloedering van delen van de wijk en het zich terugtrekken van Nederlandse bewoners in goed beveiligde bastions is het gevolg. Die onvrede is naar boven gekomen. Politici, maar niet alleen zij zullen hun handen vol hebben het verloren terrein terug te winnen.
At Polhuis
