Website At Polhuis


Kroniek november 2002

Voor mij liggen twee pagina’s uit een kerkblad van ongeveer 30 jaar geleden. Twee pagina’s vol met advertenties van winkels die in Pendrecht hun waren aan de man probeerden te brengen. Alleen De Zeeuw op het Plein is van deze adverteerders nog over. Visser’s warenhuis is verdwenen. Datzelfde geldt voor Kapsalon Modern, Wijnhandel Oporto, Correct Beddenspeciaalzaak. Dat waren de adverteerder van het Plein 1953. Samen met de adverteerders van de Sliedrechtstraat, de Herkingenstraat en de Zijpe geven zij een beeld van vroeger tijden. De indruk wordt gewekt van een bedrijvige wijk met een ruim aanbod van diensten. Reken maar dat zij trots waren, deze adverteerders. De winkels nieuw en de bewoners van de wijk relatief jong met veel kinderen. Je vraagt je af wat er met al die winkels en hun eigenaren gebeurd is. Waar zijn zij gebleven? Waarom zijn zij gestopt? Waar eens hun winkels waren, herinnert nog maar weinig aan nering. De Herkingenstraat is vrijwel verdwenen, de Zijpe functioneert niet meer als winkelcentrum, aan de Sliedrechtstraat houden nog enkele middenstanders het vol. En het Plein ‘53?

Met veel superlatieven wordt in 1995 het plan voor de verbetering van het Plein gepresenteerd. De leus is ‘Alles op het Plein’. Het moet een plein worden om te winkelen, te wonen, te verblijven en te recreëren. Wat vanaf het begin van Pendrecht al aan de gang is, wordt bevestigd. De middenstand wordt geconcentreerd op het Plein. We zijn zeven jaar verder, twee jaar na de oplevering van het Plein. Dertig jaar geleden kostte het betrekkelijk weinig moeite om twee pagina’s met advertenties te vullen. Ik vraag me af of dat nu nog kan. De leegstand op het Plein is sinds de oplevering alleen maar toegenomen. De idee dat de grote supermarkten publiekstrekkers zouden zijn, wordt niet bewaarheid.

Het heeft geen zin naar schuldigen voor deze situatie aan te wijzen. De plannenmakers wisten begin jaren negentig ook niet dat de veranderingen in de wijk zo snel zouden gaan. Ook is het niet reëel oplossingen alleen van de huidige middenstanders te verwachten. Nog jaren zal het duren voordat Pendrecht weer enigszins tot rust komt. Daarmee bedoel ik de grote (ver)bouw operatie die gaande en gepland is. Een gevolg daarvan is dat een belangrijk deel van de koopkracht voorlopig uit de wijk verdwijnt. Op deze ontwikkelingen hebben de winkeliers geen invloed, terwijl zij er wel de gevolgen van ondervinden. De groten houden het wel vol, maar de kleinere?

Verheugend is het dat winkeliers het er niet bij laten zitten. Door de huidige voorzitter van de winkeliersvereniging worden plannen ontwikkeld om het tij enigszins te keren. Hij verdient daarbij alle steun. In de eerste plaats van zijn mede winkeliers, inclusief de grote supermarkten. Zij mogen zich niet afzijdig houden. Ook bewoners kunnen een handje helpen door de volhouders op het Plein trouw te blijven. Een belangrijke rol is er voor de deelgemeente en de gemeente. Ik weet dat dat gevoelig ligt, maar toch, is hier ook niet een publiek belang aan de orde? Ik zou de stelling willen wagen dat een vitaal Plein de leefbaarheid van Pendrecht vergroot. Was dat ook niet de doelstelling die de deelgemeente zelf bij de renovatie van het Plein voor ogen had?

Daarin past wel de steun voor de winkeliersvereniging en haar plannen, desnoods met onorthodoxe middelen. Daarin past niet het toelaten van een amusementshal aan de Slinge. Van harte steun ik de acties van bewoners en bewonersorganisatie tegen de komst daarvan. Op die bedrijvigheid bij het Plein zit Pendrecht niet te wachten. Kom op (deel)gemeente, maak het waar! Het Plein 1953 als hart voor de wijk; een plein om te winkelen en aan te wonen, maar ook om er te verblijven en te recreëren.

At Polhuis