Website At Polhuis


Kroniek april 2001

Elk jaar ontvangt de wijkgemeente een uitgebreid overzicht met daarin alle gegevens over de samenstelling van de gemeente. Het is geen nieuws als daaruit blijkt dat de samenstelling van de gemeente vergrijst en in aantal terugloopt. Uit de cijfers is niet op te maken of de gemeente in Pendrecht/Heijplaat sneller terugloopt dan in andere SOW gemeenten. Wel wordt overduidelijk dat Pendrecht aanzienlijk vergrijster is dan andere gemeenten. Dat roept voor onze gemeente een belangrijke vraag op. Voordat ik daar op inga, eerst wat cijfers.

Op 1 januari 2001 had de gemeente 1579 leden. Tot leden worden gerekend de belijdende, de doop en overige leden. Daarnaast worden in de administratie ook degenen bijgehouden die tot een ander kerkgenootschap of in het geheel niet tot een kerkgenootschap behoren. Het gaat dan vooral om gemengd gehuwden. In totaal zijn dat er 174. Deze 174 zijn dus buiten beschouwing gelaten. Als we het aantal van 1579 leden nader bekijken, moeten nog wat correcties toegepast worden. De overige leden bestaan vooral uit geboorteleden. Dit is vooral een hervormd verschijnsel. Dat blijkt ook uit de cijfers. In totaal gaat het om 631 personen. In de praktijk is deze groep nauwelijks bij de kerk betrokken. Dat blijkt ook uit de aantallen actief en passief geregistreerden. Met deze aanduiding wordt aangegeven of er, voor zo ver wij dat weten, sprake is van enig contact met de kerk. Van de 631 overige leden staat 77% passief geregistreerd. In de praktijk zullen dat er meer zijn. Het passief of actief zetten hangt af van de kennis die wij als gemeente van de gezinnen hebben. Het is dus niet onverantwoord het aantal leden met ongeveer 400 te verminderen. Dan blijven er 1100 leden over.

Ook bij deze 1100 leden wordt zo goed mogelijk bijgehouden wie actief of passief is. Uit de cijfers blijkt dat 63% actief en 37% passief geregistreerd is. Dit betekent dat de hele SOW gemeente ongeveer uitkomt op 693 actieve belijdende en doopleden. Twee derde daarvan is vrouw. De verhouding mannen en vrouwen is dan 231:462. Van dit aantal is twee derde ouder dan 65 jaar.

Uit deze cijfers is de conclusie niet moeilijk te trekken dat de terugloop van de gemeente ook de komende jaren fors zal doorzetten. In het overzicht wordt ook bijgehouden hoe het verloop gedurende het jaar geweest is. Daaruit blijkt dat het ledental van de gemeente vooral door overlijden en door vertrek terugloopt. In 2000 liep door deze oorzaken het aantal belijdende en doopleden met 131 terug. Voor de kerk bedankten 5 doopleden en 7 overige leden.

Op verschillende wijze kan op deze cijfers gereageerd worden. Ervan kennis nemen kan ontmoedigend werken. Is dat het resultaat van al het werken van de afgelopen decennia? De reactie is begrijpelijk, maar in het oog gehouden moet worden dat de terugloop er voornamelijk is door verhuizing en overlijden. Niet zo vreemd als we iets weten van de geschiedenis van de huisvesting in Pendrecht.

Hoe begrijpelijk deze teleurstelling ook is, het laatste woord mag zij niet hebben. Daarmee kom ik bij de belangrijke vraag die door de cijfers opgeroepen wordt. Op die vraag zal de gemeente een antwoord moeten geven. Laat ik proberen het onder woorden te brengen. Tussen nu en 10 รก 15 jaar is de gemeente die nu zondags bij elkaar komt vrijwel geheel verdwenen. De lege plekken worden niet ingenomen door de generatie die daarnaar komt. Dat blijkt wel uit de cijfers. Nu kan er voor gekozen worden om dat als uitgangspunt te nemen. De periode vanaf 1950 tot heden is goed geweest. We ronden op een fatsoenlijke wijze de activiteiten van de kerk af. Dat is een terechte keus. Ook een andere keus is mogelijk.

De huidige generatie is gedreven geweest door geloof. Laat ik het maar zo algemeen mogelijk zeggen. Dat is de moeite waard om ook voor de komende generaties in de stad te blijven. Zoveel is uit de cijfers wel duidelijk, dat daarvoor zeer waarschijnlijk andere vormen van kerk-zijn noodzakelijk zijn. De keus op grond van de cijfers kan ook zijn daarnaar in de komende jaren te zoeken.

Zelf neig ik er naar deze laatste keus als uitgangspunt te nemen. Zonder dat dat betekent dat de huidige generatie nu zij ouder geworden is, pastoraal in de steek gelaten wordt. Wel betekent het dat in de tijd en aandacht ook ruimte gemaakt moet worden om over deze vragen na te denken en initiatieven te nemen.

At Polhuis