Website At Polhuis


Kroniek september 2001

Tijdens een rondleiding door de wijk word ik getroffen door een bordje in een portiek. We zijn dan in een flatgebouw dat gesloopt zal worden. Nog een paar maanden en het is weg. De woningen zal al verlaten. Troosteloos is de aanblik en mijn gedachten gaan uit naar de mensen die hier geleefd hebben. Vaak jonge gezinnen hebben in deze flats met hun kinderen gewoond. Er is gelachen, verdriet gedeeld en gerouwd. In één van de flats is een modelwoning uit die tijd ingericht. Daarin ook de visie van de architect. De woningen drukten een moderne visie op wonen uit. Na veertig jaar zijn zij versleten. Als souvenir aan die voorbije tijd hangt daar in het portaal van de flat een schema voor het schoonhouden van het trappenhuis; nog met de hand geschreven. Precies wordt aangegeven wanneer welk huisnummer aan de beurt is en wat in die week schoongemaakt moet worden. Uit de verhalen van voormalige bewoners weet ik dat dit soort schema’s jarenlang naar behoren gefunctioneerd hebben. Nieuwe bewoners pasten zich aan. Oudere bewoners zagen er op toe dat de voorgeschreven taken uitgevoerd werden. Zo ongeveer tien jaar geleden kwam er de klad in. Nieuwe bewoners deden niet allemaal meer mee. In het begin werd dat nog met elkaar opgevangen, maar als er meer in de portiek kwamen die afhaakten, begon de verloedering. Nog altijd zijn er bewoners die zich aan het eens opgestelde rooster houden. Ik ken zelfs iemand die haar taken nog steeds doet, terwijl alle anderen in de portiek het laten afweten. Alleen al omwille van haar dient het bordje uit de portiek van de sloop gered te worden.

Het waren zeker niet alleen de ‘buitenlanders’ die aan de verandering in woonzeden bijdroegen. Al kostte het soms wat moeite, toch zijn er voorbeelden dat ook zij met het schema meededen. Het waren ook jonge gezinnen, die zich nieuw in de wijk vestigden, die geen tijd meer hadden mee te doen. Beiden werkten. De binding aan de wijk en de portiek werd door hen niet op dezelfde manier ervaren als de oude garde. Het oude normen en waardenpatroon werd ondermijnd door een nieuw en ander patroon. Sterker nog, voor het eerst werd eigenlijk duidelijk dat er sprake was van een normen en waardenpatroon. Voor de bewoners van het eerste uur was het meedoen met het schema zo vanzelfsprekend dat er niet eens vragen bijgesteld werden. Kenmerk voor dat waardenstelsel was een sterk gevoel van saamhorigheid en eensgezindheid. De collectieve ruimte was wel onderscheiden van de privé sfeer, maar niet gescheiden. Ook voor de collectieve ruimte voelde men zich verantwoordelijk. Ook deze behoorde, net als de ruimte thuis, schoon te zijn en onderhouden.

Dit ontbreken van een gemeenschappelijk gevoelde verantwoordelijkheid wordt de laatste jaren steeds meer als een probleem ervaren. Ook al zetten we nog meer politie in of wijkbeheerders als bewoners zich niet mede verantwoordelijk weten voor de openbare ruimte, wordt het probleem van de verloedering niet opgelost. Tegelijk lijkt het onmogelijk nieuwe groepen bewoners, inclusief zij die uit het buitenland te komen, voor de buurt te interesseren. Dat is een kenmerk van de grote stad. Mensen leven niet meer in buurten en wijken, maar in zelf gekozen netwerken. Deze netwerken hoeven helemaal niets met de buurt waarin je woont te maken te hebben. De buurt is dan de toevallig plaats waar je huis en je bed staat. Met je buren en laat staan met de buurt heb je verder niets. Om daar verandering in te brengen, valt niet mee.

De laatste jaren wordt gepoogd daar verandering in aan te brengen. Dat wordt o.a. zichtbaar door de verkoop van huurwoningen. Door eigenaar te zijn, zal men zich meer verantwoordelijk voelen voor huis en woonomgeving. Zo is de achterliggende gedachte. Niemand zal het toch prettig vinden als zijn huis in waarde daalt door een verloederde omgeving. In Spijkenisse wordt geëxperimenteerd met een Vereniging van Wijkeigenaren. De vereniging krijgt een budget, waarmee zij het beheer van de ruimte moet financieren (Trouw, 20 aug. 2001). Bewoners worden opnieuw de baas over de openbare ruimte in de buurt. Het lijkt mij een experiment dat ook voor Pendrecht de moeite waard is.

At Polhuis