Website At Polhuis


Kroniek november 2001

Het is wel wat laat, maar toch wil ik nog een keer terug komen op de millennium wisseling. De overgang naar de nieuwe eeuw markeert een belangrijk moment in de geschiedenis van Pendrecht. Voor het eerst in haar geschiedenis is het aandeel van de Nederlandse bewoners gedaald beneden de 50%. Op 1 januari 1999 was 53% van de totale bevolking van Pendrecht van Nederlandse afkomst. Op 1 januari 2000 was dat gedaald tot 49%. Deze tendens heeft zich daarna doorgezet. In 2001 was de verhouding 46:54. Het gevoel van veel Nederlandse wijkbewoners, dat het de afgelopen jaren hard gegaan is, wordt door de cijfers bevestigd. In 1996 – dus nog maar 5 jaar gelden – was nog 80% van de totale bevolking van Pendrecht van Nederlandse afkomst.

Eén van de verklaringen voor deze snelle verandering is het vertrek van 1845 Nederlanders sinds 1996. In die periode kwamen er 2498 niet Nederlanders bij. Daarmee kwam het totale aantal bewoners van Pendrecht in 2001 op 12413.

Bij deze cijfers past een nuancering. Zo gepresenteerd lijkt het er op alsof Nederlanders een minderheid zijn geworden. In cijfermatig opzicht is dat zo, maar feitelijk is het anders. De groep niet Nederlanders bestaat niet uit één grote homogene groep, afkomstig vanuit één land of nationaliteit. De niet Nederlanders die in Pendrecht zijn komen wonen bestaan uit Surinamers, Antillianen, Kaapverdianen, Turken, Marokkanen, Noord Afrikanen en nog veel meer nationaliteiten. Onderlinge contacten tussen deze groepen zijn schaars. Te midden van deze verscheidenheid is de Nederlandse minderheid nog altijd veruit de grootste. Om een idee te geven. Van de totale wijkbewoners behoort 9% tot de Surinamers. Antillianen, Turken en Marokkanen maken ieder ongeveer 6% van de bevolking uit. Wel moet gezegd worden dat deze groepen in vergelijking met de Nederlandse minderheid de afgelopen jaren groeien. In de komende jaren zal het aandeel van de Nederlandse bevolking dan ook naar verwachting afnemen.

De ontwikkeling in de andere wijkdelen verschilt nog al van die van Pendrecht. In 1996 woonden er op Heijplaat in totaal 2079 mensen. Daarvan behoorden er 409 tot een andere nationaliteit. In procenten betekende dat dat 80% van de totale bevolking de Nederlandse nationaliteit had. In 2001 was dat aandeel gedaald tot 72%.  Nog ruim de meerderheid van de Heijplaters is dus nog van Nederlandse afkomst. Deze verhouding van 72:28 is exact gelijk aan de cijfers van Oud Crooswijk in 1983. In dat jaar kwam ik in Crooswijk werken. Deze cijfers waren toen reden tot grote ongerustheid in de wijk. Ik ben nog eens nagegaan hoe de verhouding nu in Oud Crooswijk is. Nu is 40% van de bevolking van Nederlandse afkomst en dus 60% van ‘buitenlandse’ afkomst. Ook hier dus in een paar jaar tijd een enorme verandering. Dat is gebeurd ondanks alle protesten en acties van de bewonersorganisatie. Daarmee is overigens niet gezegd dat de ontwikkeling op Heijplaat dezelfde kant op gaat. Daarvoor is een nadere analyse van de gegevens noodzakelijk. Ik kom daar nog wel eens op terug.

Tegen deze achtergrond is de ontwikkeling van de Wielewaal opmerkelijk te noemen. In 1996 woonden daar 1105 mensen. In 2001 zijn dat er 1008. Anders dan in de andere delen van de wijk-gemeente blijft de verhouding tussen Nederlanders en niet Nederlanders in deze periode in de Wielewaal vrijwel gelijk. In 1996 is de verhouding 80:20 en in 2001 81:19. De trend is zelfs in vergelijking met de andere delen van de wijk-gemeente precies tegengesteld. Uit de cijfers blijkt dat bijv. Surinamers uit de Wielewaal vertrekken. Datzelfde geldt ook voor de groep ‘overige nationaliteiten’. De aantallen Antillianen, Turken en Marokkanen zijn in de Wielewaal te verwaarlozen. Dit zou kunnen betekenen dat de stelling die weleens gehoord wordt, dat ‘minderheden’ in toenemende mate juist niet bij elkaar willen wonen, niet opgaat. De ontwikkeling in de Wielewaal laat iets anders zien. Men trekt weg en vestigt zich vermoedelijk in buurten waar ‘landgenoten’ wonen. Om deze reden is het interessant ook de ontwikkeling van de Wielewaal te volgen.

A. Polhuis

(de cijfers zijn ontleend aan gemeentelijke bureau :Centrum voor Onderzoek en Statistiek – COS).