Kroniek september 2000
Kennismaken met de wijk betekent ook binnenlopen bij de bewonersorganisatie van Pendrecht (BOP). Het kantoor is aan de Herkingenstraat. Net als veel bewoners zal ook de BOP moeten verhuizen. Eind dit jaar zal het kantoor aan de Ossenisseweg gevestigd zijn. De opbouwwerkster staat mij vriendelijk te woord. Zij zal een kennismakingsgesprek tussen mij en het bestuur van de BOP regelen. Ter voorbereiding daarvan geeft zij mij een map mee met informatie over Pendrecht. De map is gemaakt in het kader van landelijk en stedelijk beleid. In een zogenaamde lange termijn visie is aangegeven hoe de wijk er over ongeveer 10 jaar moet uitzien. Eraan toegevoegd zijn verschillende uitvoeringsprogramma’s. In deze programma’s wordt aangegeven op welke wijze de in de lange termijn visie genoemde doelen verwerkelijkt worden. Deze programma’s hebben een kortere looptijd. Het is dus mogelijk het beleid tussentijds bij te sturen. Zo wordt de kans groter de gestelde doelen te halen.
Voor de kerken van Pendrecht is dit materiaal van belang. In deze plannen en met dit beleid gaat het immers om de leefbaarheid van Pendrecht en dus van haar bewoners. Het is dan ook verheugend dat ook kerken bij de voorbereiding van het beleid betrokken geweest zijn. Nu gaat het er om er bij betrokken te blijven. Het welzijn van bewoners van Pendrecht gaat kerken ter harte. In zeg met name bewoners. Hoewel de kerken veelal letterlijk een eigen kleur hebben, zijn zij geen pleitbezorger van hun eigen achterban. Om het op ons zelf te betrekken. De Open Hof wordt gekenmerkt door Nederlandse, veelal wat oudere bewoners van Pendrecht. Het is meer dan begrijpelijk dat er vanuit de Open Hof met name vanuit deze bril naar de wijk gekeken wordt. In het gesprek over de toekomst van de wijk mogen zeker de belangen van de wat oudere, Nederlandse bewoners onder de aandacht gebracht worden. Daarvoor mag, in zekere zin moet de kerk opkomen.
Toch is dat niet het enige belang. In Pendrecht wonen inmiddels ongeveer voor de helft mensen uit andere landen en culturen. In 1999 was 53% van de in totaal 12.101 inwoners van Nederlander. De andere helft bestaat dus uit niet Nederlanders. Van deze groep zijn de Surinamers de grootste groep (7% van het totaal). Gevolgd door Antillianen (6%), Kaap Verdianen (1%), Turken (5%), Marokkanen (5%). In het rapport wordt vermeld dat de wijk door de ontwikkelingen overvallen is. Dat is precies wat ik tijdens veel huisbezoeken hoor. In korte tijd is de samenstelling van de bevolking sterk gewijzigd. De wijkvoorzieningen waren volstrekt niet ingesteld om de grote veranderingen op te vangen. Letterlijk staat er in het rapport: “Pendrecht zit in de hoek waar de klappen vallen. Deze ontwikkeling heeft zich in een verbluffend tempo voltrokken: onvoorzien, onvermijdbaar en onstuitbaar.”
Het is begrijpelijk dat met name de Nederlandse bevolking in de wijk grote moeite heeft met deze ontwikkeling. Wat ik al zei, velen zijn wat ouder. In de leeftijdscategorie 65-79 zitten de meeste Pendrechtenaren. Uit de cijfers blijkt ook dat ze er al lang en met tevredenheid wonen. Ook dat hoor ik vaak tijdens de bezoeken. Dan valt het niet mee om in korte tijd zulke grote veranderingen mee te maken. Dat de kerk voor hen opkomt, lijkt mij vanzelfsprekend, zeker op ‘portiekniveau’. Toch is dat niet het enige.
De genoemde ontwikkeling is onstuitbaar. Eén ding is zeker. Worden zoals het was, is onmogelijk. Daarmee staan we voor een enorme uitdaging. Op welke wijze wordt Pendrecht een buurt waarin het voor alle bewoners goed wonen is? Wat betekent de bijbelse gastvrijheid in dit verband? Hoe wordt de bijdrage van nieuwe bewonersgroepen gehoord en gewaardeerd? Dat zijn buitengewoon lastige vragen. Toch is dat ook voor de kerk een zorg. Meedenken op dat niveau is van groot belang. Juist de ervaringen op portiekniveau zijn dan van belang.
Ik zeg dit omdat met name één cijfer uit het rapport mij verontrustte. Van alle nadelen die bewoners van Pendrecht noemen zijn de buitenlanders veruit het grootste nadeel. Nog meer dan de verpaupering en het onderhoud van huizen en straat. Nogmaals, ik snap de problemen. Idealiseren hoeven wij niemand, ook ‘buitenlanders’ niet. Het cijfer geeft ook aan waar de grootste problemen zitten. In zoverre is het leerzaam, maar toch. Vanuit de grondnoties van het evangelie blijf ik er moeite mee houden. Het als voldongen feit accepteren lijkt mij dan ook voor de kerk onmogelijk.
At Polhuis
noot: In de kroniek zal ik vaak over Pendrecht spreken. Dat is mijn eerste aandachtsterrein. Van Heijplaat en de Wielewaal zijn ook rapporten geschreven met daarin het beleid voor de komende jaren. Deze rapporten heb ik nog niet. Uit de gegevens die ik tot op heden heb, blijkt dat deze gebieden wel afwijken van Pendrecht. Of dat ook op het in deze kroniek genoemde punt is, waag ik te betwijfelen.
