Website At Polhuis


Kroniek oktober 2000

Het gaat vanzelf. Lopend over het Plein 1953 komt een gedeelte uit de bijbel in mijn gedachten. Zacharja 8:4: Zo zegt de Here der heerscharen: Er zullen weer oude mannen en vrouwen op de pleinen van Jeruzalem zitten, ieder met een stok in de hand vanwege zijn hoge leeftijd. Ook zullen de pleinen der stad vol zijn van jongens en meisjes, die daar spelen. Dat beeld komt bij Zacharja boven als hij droomt van de stad van vrede. Ouderen en jongeren bij elkaar op de pleinen van de stad.

Het is zaterdag 14 oktober. Het vernieuwde Plein 1953 wordt feestelijk geopend. Inderdaad, spelende kinderen. Er zijn kamelen waarop zij kunnen rijden. Op de klimwand proberen de brutaalsten onder hen de bovenkant te bereiken. Op de banken zitten zo hier en daar in een zwak zonnetje wat ouderen. Ook op andere dagen is dat het geval: spelende kinderen en moeders van vaak ver weg op de banken en elders wat ouderen. Een bijbels beeld. Een beeld van het leven dat goed is.

Nu weet ik wel dat er ook veel kritiek is op het plein. Het was vroeger mooier en gezelliger. Ik kan dat niet beoordelen. Ik ken het alleen zoals het er nu uitziet. Ik vind het mooi. Komend vanuit de Sliedrechtstraat is het een lichte plek, zeker als de zon op de lichte stenen staat. Het geeft een ruime en voorname aanblik. Pendrecht mag trots zijn dat het zo’n plein in het midden heeft!

Pleinen zijn belangrijk in de stad. Als er geschiedenis gemaakt wordt, is dat bijna altijd op de pleinen in een stad. Denkt u maar aan het Rode Plein in Moskou, het Plein van de Hemelse Vrede in Peking, het Sint Pietersplein te Rome, het Stadhuisplein van Rotterdam, Alexanderplatz in Berlijn, het Museumplein en de Dam in Amsterdam en nog heel veel andere. Het is niet zo verwonderlijk dat pleinen deze functie hebben. In de stad is een plein een open plek, een plaats van licht, lucht en ruimte.

Een paar dagen voor de opening kwam het Plein 1953 negatief in het nieuws. In het artikel komen winkeliers aan het woord die zich bedreigd voelen. Er zijn groepen jongeren die het hun moeilijk maken hun bedrijf voort te zetten. Sommigen van hen hebben zelfs besloten hun winkel te sluiten. Het zijn bittere en verdrietige verhalen. In schrijnende tegenstelling tot de ontspanning tijdens de opening van het plein. Dat is niet de bedoeling van het Plein. Daar droomde Zacharja niet van.

Over deze verhalen moeten we niet te licht denken. Een besluit om je zaak te sluiten wordt niet zomaar genomen. Het is goed dat de betrokkenen de kans krijgen hun hart te luchten. Toch kan ik bij dit artikel ook een ander gevoel niet onderdrukken. Bevestig je op deze manier nu juist niet het beeld dat je wilt bestrijden? Welk belang dient het om zo over het Plein en de wijk te schrijven? Roep je door dit soort publicaties niet het beeld op dat je beter weg kunt blijven van het Plein, ja dat Pendrecht onveilig is, geen goede buurt om te wonen. Voed je op deze manier niet de onder mensen levende angst?

Tegen die reactie zou ik krachtig stelling willen nemen. Dat mag niet gebeuren. Daarvoor is het Plein in Pendrecht te kostbaar. Mijdt het daarom niet! Het publieke domein mag niet uit handen gegeven worden. Het Plein is van ons allen als bewoners van Pendrecht. De winkeliers die er zijn helpen we het beste door er te blijven komen, op alle tijden van de dag. Een doods plein is het bederf van de wijk.

Nog één opmerking wil ik maken. Ik doe dat met de nodige voorzichtigheid, maar na bovenstaande oproep kan het, denk ik. Op de pleinen van de stad wordt geschiedenis gemaakt. Dat zal in Pendrecht niet anders zijn. Uit de grote voorbeelden van de geschiedenis weten we dat dat altijd pijn doet. Oude waarden botsen op nieuwe en in die botsing ontstaan weer andere ideeën. Concreet, geschiedenis ontstaat als mensen in conflict raken met anderen. Culturen botsen op elkaar. Wat overheersend was, wordt verdreven door nieuwe opvattingen. In de confrontaties wordt uiteindelijk ook weer tolerantie geleerd. Op de pleinen van de stad worden de wrijvingen in de samenleving zichtbaar. Op de pleinen, op die open ruimten in de stad wordt de verscheidenheid van mensen in alle scherpte zichtbaar. Al die verschillende culturen en mensen zullen met elkaar moeten samenleven.

Zo functioneren pleinen ook in de stad, als kraamkamers van een nieuwe samenleving, als plaats waar nieuwe ontwikkelingen zichtbaar worden, een plek in de stad waar nieuwe samenlevingsvormen ontstaan. Het zal met het Plein 1953 niet anders zijn. Een plaats in de wijk waar Nederlanders met hun gewoonten Turken, Marokkanen, Surinamers, Antillianen, Kaap Verdianen en nog veel meer ontmoeten. Dat zal wel eens wrijving opleveren. Er zal wel eens noodzakelijkerwijs ingegrepen moeten worden. Dat alles is geen reden om negatief te zijn over het Plein. Integendeel, het is een aansporing om er bij te zijn. Daarom is waakzaamheid geboden met wat er met ‘ons’ Plein gebeurt. Waakzaamheid dat het ‘ons’ publieke gebied blijft, maar ook waakzaamheid opdat nieuwe ontwikkelingen en ontmoetingen een kans krijgen.

At Polhuis