Psalm 88
Een psalm waarmee zeer velen van ons grote moeite zullen hebben. God is voor ons toch een helper in de nood. Barmhartigheid en trouw zijn de woorden waarmee Zijn handelen gekenmerkt kunnen worden. Jezus Christus is daarvan het teken. In de psalm wordt het tegenovergestelde uitgeroepen. De psalmist is in grote nood. In die nood is God afwezig. Hij verbergt zich. Ja, meer dan dat. De aanstichter van de nood is God zelf. Uw brandende toorn gaat over mij heen.
Wie zou verwachten dat de psalmist zich afkeert van God, die zich zo openbaart, verbaast zich. Hij blijft de Heer aanroepen. Hoe kan dat? De toorn van God wordt verdragen. De psalmist roept God aan, net als Jezus later in Zijn van God verlaten zijn. De ellende, het oordeel wordt niet ontlopen, maar verdragen. In die ellende strekt de psalmist zijn handen uit naar God. Hij zal toch niet loslaten het werk dat Zijn hand begon?
Het oordeel over ons bestaan is alomvattend. Deze toorn komt evenwel voort uit God, wiens wezen liefde is. Zijn oordeel is er, opdat van Godswege nieuw leven geschapen wordt. Leven dat in Hem gegrond is:eeuwig leven. Dat is Zijn barmhartigheid en trouw. Zijn oordeel is geen afwijken van Zijn liefde, maar is er een uitdrukking van. Tot het nieuwe leven dat Hij schept, worden wij door de Heilige Geest opnieuw geboren. Van deze trouw in het oordeel weet de psalmist. Daarom blijft hij de Heer dagelijks aanroepen.
