Website At Polhuis


Psalm 90

Na de tijd komt de eeuwigheid. In de psalm wordt dit voor ons vanzelfsprekende omgekeerd. De eeuwigheid gaat vóór de tijd. Nog voordat er tijd is, is er eeuwigheid. Die eeuwigheid zal er nog zijn, als de tijd weer voorbij is. De eeuwigheid blijft, de tijd gaat voorbij. Eeuwigheid duurt langer dan wij denken. Duizend jaar is voor ons al veel, nauwelijks te overzien, maar in het licht van de eeuwigheid minder dan een dag. Er is een onoverbrugbaar verschil tussen de eeuwigheid en onze tijd, tussen de Eeuwige en de tijdelijke mens. De eeuwigheid is de tijd van God. Hij is de Eeuwige. De tijd hoort bij ons. Hij kent slechts tijdelijkheid, zestig, zeventig misschien wel tachtig jaren en dan is het voorbij. Met de tijd gaan wij heen.

Dit onoverbrugbare verschil is opgeheven. Eeuwigheid raakt de tijd. In de tijd wordt van eeuwigheid geweten. De Eeuwige is in ons midden, in onze tijdelijkheid. Dat is een bron van onuitputtelijke vreugde. Het verschil blijft ook. De tijd en wij stellen in het licht van de Eeuwige niets voor. Toch heeft dat de Eeuwige niet weerhouden in de tijd aanwezig te zijn. Dat roept in de tijd het verlangen naar de eeuwigheid op. De tijd gaat voorbij, maar de eeuwigheid blijft.

In de tijd mogen wij onze toevlucht zoeken bij de Eeuwige. Dat is troost voor ons. De tijd gaat voorbij, maar de Eeuwige blijft. Dat geeft ons leven zin en richting. Zonder weet van de eeuwigheid hebben we alleen maar tijd. Waar zullen we ons voor inspannen. Het gaat voorbij. Tekenen in de tijd van de eeuwigheid, van de Eeuwige, deze werken van onze handen zal Hij bevestigen.

noot: ‘verdelgd’ in vers 7 (NBG) kan met de Statenvertaling ook gelezen worden als ‘verschrikt’.