Psalm 91
Wie deze psalm leest, raakt verward. Wij proberen te geloven, maar ons geloof wordt op de proef gesteld door allerlei zaken die met ons en onze wereld gebeuren. Het is zeker niet zo, dat de gelovige in het geweld van het leven gespaard blijft. Dat is nu precies waar het in deze psalm wel over gaat. Het is een jubelende beschrijving van de algehele veiligheid van de bij de Heer schuilende mens.
Ik ben er van overtuigd, dat ook de psalmist de gevaren kent én aan den lijve ervaren heeft. Hij verschilt daarin niet met ons. Ook hij weet dat ook gelovigen vallen als er duizenden, ja tienduizenden vallen. Toch blijft hij in zijn geloof overeind. Degenen die bij die Heer schuilen, zullen niet vergaan, ook al lijkt het daarop in de werkelijkheid van alledag. Zij vergaan niet, omdat de Heer te vertrouwen is. Dat bepaalt zijn geloof ook in tijden van verdrukking.
In het laatste deel van de psalm wordt de Heer sprekend ingevoerd. Het is alsof de psalmist wil zeggen, dat zijn hoop niet een wensdroom van hem is, die we geloof noemen. Dit geloof komt voort uit het spreken van de Heer. Zijn geloof is niet op zijn verlangen of op zijn optimisme gegrond, maar op een sprekend Tegenover. Hem als grond van ons bestaan te leren kennen, betekent het vinden van een schuilplaats in de gevaren van ons bestaan.
