Website At Polhuis


Psalm 94

Voor onze oren is het een vreemde combinatie, die in deze psalm voorkomt. De psalmist prijst de mens gelukkig die door de Here God gekastijd wordt. In de Statenvertaling wordt het woord ‘tuchtigen’ gebruikt. De psalmist prijst zich gelukkig nu hij pijnlijk gestraft wordt. In onze oren lijkt dat masochisme te zijn. Hij ontvangt de tuchtiging van de Heer. Dat roept ook de vraag op wat dat voor een God is, die degene die Hij liefheeft, kastijdt. De psalm is nog vreemder. De gelovige ervaart de tuchtiging, de goddeloze juist niet. Daarom wordt gevraagd door de gelovige.

In de psalm wordt God de God der wrake genoemd. De goddelozen zullen door Hem vergaan. Over dat radicale oordeel gaat het. Niemand zal zich aan dit oordeel van deze God kunnen onttrekken. Dit oordeel duidt op een onoverbrugbaar onderscheid tussen God en onze wereld. Dit oordeel is onvermijdelijk en noodzakelijk. Zonder dat oordeel breekt het Rijk van vrede niet aan. Dat Rijk komt niet voort uit datgene wat wij bouwen. Er is geen continuïteit tussen onze wereld en de wereld die wij verwachten. Onze wereld wordt geoordeeld!

De vraag is hoe de psalmist dat weet. Welnu, hij staat zelf reeds midden in dat gericht. Daar duidt de kastijding op. In dat proces wordt – om met de ouden te spreken – de oude mens geoordeeld en afgedaan. Hoe pijnlijk dat ook is, toch verheugt hij zich er over. Het oude verdwijnt, opdat het nieuwe ruim baan krijgt. Daarom kan hij ook hartstochtelijk vragen naar het oordeel over alle volkeren. In dat oordeel wordt alle boosheid, al onze eigengereidheid, weggedaan. Wat overblijft is de mens die op God vertrouwt.