Psalm 95
In de psalm wordt God vergeleken met een rots. Dat is een krachtig beeld. Een rots is het zinnebeeld van kracht en onverzettelijkheid. Op een rots kan je bouwen. Voor bedreigde mensen is dat een aantrekkelijke gedachte. Er is een plaats waar het veilig wonen is. De grond zal daar niet snel onder je voeten wegzakken. Zo is God, zingt de psalmdichter. Voor mensen die op zoek zijn naar heil, naar geluk, naar welzijn, geeft deze God betrouwbare grond onder de voeten.
Rotsen imponeren ons en geven ons vertrouwen, maar tegelijk is het op rotsen ook slecht leven. Rotsen zijn kaal en onherbergzaam. Er groeit maar weinig waarmee wij ons in leven kunnen houden. Ook dat is God. Je kunt op Hem je heil bouwen, maar tegelijk is er maar weinig dat dat vertrouwen rechtvaardigt. Wie gelooft, zal vaak ervaren dat dat geloof machteloos is. Alles wat het geloof weerspreekt, gaat door. Je bouwt je heil op deze rots, maar tegelijk lijkt dat zinloos. Wat ligt er dan meer voor de hand je maar aan de gang van zaken in de wereld aan te passen.
Voor het volk dat zich aan wil passen, slaat Mozes met zijn staf op de rots. Dan vloeit er water in de woestijn. Het is terecht op deze Rots te vertrouwen. Hij schenkt midden in de woestijn leven. God is ons vertrouwen waard, omdat Hij de bron van levend water is. In Jezus Christus is Hij zelf de weg van heil gegaan. Deze God doet wat Hij zegt en zegt wat Hij doet. Daarom is Hij ons vertrouwen waard; een Rots waarop wij ons heil bouwen.
