Website At Polhuis


Psalm 97

Het openbaar worden van de Heer als koning is een wereldontzettend gebeuren. De aarde en de hemel zijn niet meer als daarvoor. In beeldende taal wordt daarover in de psalm gesproken. Bliksem en vuur begeleiden Hem. Zelfs de stoere bergen verdwijnen alsof ze van was zijn. Gerechtigheid zal er zijn, groter dan wij ons kunnen voorstellen en vrede meer dan wij ons kunnen denken. Oordeel en vreugde bij mensen begeleiden Zijn openbaring.

Als de Heer als koning openbaar wordt, is dat voor allen, of we nu Jood, Christen of Islamiet zijn, een oordeel. Geen van de drie kent deze God, ook al zijn de pretenties anders. Ook als Hij zich openbaart blijft Hij in wolken en donkerheid verborgen. Niemand kent deze God van aangezicht tot aangezicht. Deze God is zeer hoog verheven boven alle goden die wij kennen. Allen en alles wat wij goden noemen, hoe vroom we hen ook dienen, zullen zich voor Hem nederbuigen als Hij komt. Er is geen sprake van dat de Heer die als koning komt, een verlengstuk is van de god die wij al dachten. Oordeel is het.

Toch worden in de psalm mensen genoemd die zich verheugen over de komst van deze God. Sion en de dochters van Juda jubelen om de gerichten. Let wel, zij jubelen niet alleen en niet op de eerste plaats om de gerichten die anderen treffen. Nee, zij jubelen om de gerichten die hen zelf treffen. Ook hun god en hun vertrouwen op hem worden beschaamd. Toch juichen zij, omdat zij weten dat door dat oordeel deze Ene komt, die koning is. Dit gericht aanvaarden zij als heilzaam. Tegennatuurlijk is het, maar het maakt hen vrij de Koning te kunnen begroeten. Juist dit juichen om de gerichten maakt hen tot Sion.