Psalm 100
Werkelijk grote dingen kunnen in eenvoud gezegd worden. Erkent dat de Heer God is. Daar gaat het om. Deze oproep is gericht aan de hele aarde en allen die haar bewonen. Zeer wijd ziet de psalm. Des te opmerkelijker is het dat de oproep komt van een nietig volkje. De bijzondere Heer die het heeft leren kennen, is de God van de ganse aarde. Deze volgorde is bijbels onomkeerbaar. Hij is de enige die de naam God waard is.
Over deze Heer wordt twee dingen gezegd. Als eerste: Hij heeft ons gemaakt. Dat is niet de vaststelling door Israël van een scheppingsfeit. Hij heeft ons gemaakt door ons te roepen. Hij spreekt ons aan. Door dit onbegrijpelijke gebeuren, ontstaan wij. Door de roeping van deze Heer is Israël ontstaan. Daarom is aan dat volk bij uitstek af te lezen wat de roeping door deze Heer betekent. Het is voor Israël een weg van toorn en verbanning. Het horen naar Zijn stem is een kritische bezigheid.
Toch spreekt de psalm als tweede over de goedheid van deze Heer. Zijn goedertierenheid en trouw zijn tot in eeuwigheid. Hij laat Israël niet vallen. Hij blijft degene die Hij geroepen heeft en zo geschapen heeft, trouw. Deze trouw wordt het meest ervaren op het moment dat de afstand door de ontrouw van het volk het grootst is. Deze Heer, die tot in het uiterste trouw is, draagt ons en de gehele aarde. We worden opgeroepen deze belijdenis met Israël mee te zeggen. Erkent, dat de Heer God is.
