Website At Polhuis


Psalm 103

Gods handelen is voor de Psalmist een weldaad. Anders dan wij doen, handelt God niet in reactie op wat anderen doen. De Heer handelt zoals Hij is: als de Barmhartige en de Genadige. Daardoor wordt Zijn handelen door de dichter als een weldaad ervaren. In ‘weldaad’ gaat het om twee zaken. Het is een daad die ons goed doet, maar het is ook een daad die ons onverwacht en onverdiend ten deel valt.

Gods handelen doet ons goed. In de psalm wordt ons leven getekend. Het wordt gekenmerkt door moeite. Nog even en dan weet zelfs de plaats waar we geleefd hebben niet meer wie wij zijn. Alles is lucht en leegte. De groeve is het laatste woord. Midden in deze tijdelijkheid worden we uitgenodigd deel te hebben aan Zijn eeuwigheid. In Hem is onze toekomst. In de vergankelijkheid mogen we onvergankelijkheid aantrekken. Waar geen uitzicht was, wordt uitzicht geboden. Onze toekomst is niet de dood, maar het leven; Zijn leven. Er kan en mag met vreugde geleefd worden.

Gods handelen is onverwacht en onverdiend. God breekt ons leven open naar Zijn toekomst. Daaraan dragen wij niets bij. Het tegendeel is eerder waar. Het is onverdiende genade. Dat realiseert de psalmdichter zich als het hem ten deel valt. Midden in onze wereld, gekenmerkt door zonde en ongerechtigheden, er voluit deel van uit makend, worden we gerekend als mensen die reeds bij God horen. Dat is vergeving. Wat we te verwachten hebben, komt niet. We worden gericht op het volkomen nieuwe van Zijn Rijk. Wie deze weldaden ervaart, love de Heer!