Psalm 104
Het lijkt er op, dat deze psalm de lof van de natuur bezingt. God is in de natuur te kennen. In de verschijnselen die wij waarnemen, is Hij aanwezig. Het valt niet te ontkennen dat de natuur indrukwekkend kan zijn. Wie niet een keer onder de indruk geraakt is, heeft niet goed gekeken. Toch is degene die in dat alles God meent te kennen een romanticus. Wie de wereld ziet zoals die is, ziet weinig goeds. Om de lof van de Heer te zingen is dan wel het laatste dat in ons opkomt.
Een aanwijzing dat het in de psalm om andere zaken gaat, is het slotvers. De zondaren vergaan. Deze wereld zonder hen. Daar gaat het om. Daarvan getuigt de psalm. Het gaat om evenwicht in de schepping; om een schepping die ten dienste staat van de mens. De wateren zullen de aarde niet meer bedekken. Dat is de schepping van de Heer. Het gaat niet alleen om onze ziel; het gaat om alles wat er bestaat.
Zo is de psalm een loflied op de Schepper. De Heer die wij in Jezus Christus hebben leren kennen, Hij is de schepper. Voor dit geloof in God de Schepper is moed nodig. Er is moed voor nodig in onze wereld dit dwaze lied van de goede schepping te zingen. Er is moed voor nodig om deze goede God als schepper te belijden. In alle onzekerheid van ons bestaan zijn we verzekerd, omdat Hij de Heer is. Loof de Heer, mijn ziel.
