Psalm 105
Hoorders van deze psalm worden opgeroepen tot de lof van de Heer. De redenen daarvoor zijn Zijn daden. Deze worden beknopt in de psalm uiteengezet; een korte samenvatting van het Oude Testament. Deze daden worden wonderen genoemd. In onze wereld zijn zij ongekend, ongedacht en onverwacht. Zijn daden als wonderen zijn ook oordelen. Er wordt Ja, maar ook Nee gezegd. Er wordt scheiding gemaakt tussen mensen.
De psalmist ziet deze daden van de Heer in de geschiedenis van Israël. Alleen in die geschiedenis zijn zij aan te wijzen. Niet omdat Israël op zich zo bijzonder is; het wordt bijzonder, omdat de Here God dat volk verkozen heeft. Zijn geschiedenis wordt bepaald door het inlossen van de belofte Gods aan allen. Om deze belofte gaat het. Wat God zegt, doet Hij. Hij is betrouwbaar. Daar getuigt deze psalm van.
De daden Gods zijn niet zo maar uit de geschiedenis van ons af te lezen. Die weg wijst de psalm ons niet. Laten we die dan ook niet begaan. Kunnen wij dan toch in onze tijd een dergelijk loflied op de daden van de Heer zingen? Dat is niet zo eenvoudig. Wat zijn de gebeurtenissen die naar Zijn belofte verwijzen; die het licht van Jezus Christus weerspiegelen? Zij zijn, dunkt mij, eerder te vinden bij onverwachte doorbraken van het voorspelbare dan bij de grote machten van onze wereld. Gods daden blijven wonderen.
