Psalm 106
Een psalm vol dramatiek. Het is een lofzang op de Heer die zijn trouweloze volk trouw is. Dat is in de notendop de geschiedenis van Israël. Deze trouw van de Heer is geen automatisme. Telkens zijn er momenten dat Hij er genoeg van heeft. Dan gebeurt er weer iets waardoor Hij toch weer terug komt op Zijn voornemen. Uiteindelijk kan Hij het niet aanzien dat Zijn volk zichzelf te gronde richt. Dat is Zijn grondeloze liefde, onberedeneerbaar en irrationeel. Liefde omdat het liefde is.
Ondertussen wekt de afval van het volk wel verbazing. Zo’n goede God en dan toch dat handelen. Daarin lijken wij op Israël. De psalm herinnert ons aan het vreemde van Zijn weg. Hem volgen zit ons niet in het bloed. Het gaat in tegen wat voor ons gewoon is. Binnen de kortste tijd doen we weer die dingen die bij ons horen, ook al hebben we Zijn stem gehoord. Daarom, geruste Christenen bestaan niet. Wie meent de wil van de Heer te doen, moet deze psalm lezen.
De psalm begint en eindigt met Halleluja. Dat is inderdaad het eerste en laatste woord dat wij kunnen zeggen. Er is niets op grond waarvan wij de liefde van Hem verdienen. Toch laat hij ons niet los, niemand van ons. Zijn licht, leven en toekomst wil Hij met ons delen. Dit halleluja klinkt op met de Kerst. In grondeloze liefde is Hij ons nabij, God met ons, Immanuël. Halleluja!
